Samenvatting overige onderwerpen
Inleiding
In dit deel van de samenvatting vindt u een overzicht van belangrijke informatie uit de Stads- en Wijkmonitor over de onderwerpen, die we niet onder het begrip ‘brede welvaart’ hebben geplaatst. Bij de keuze van wat we wel en niet onder brede welvaart hebben opgenomen, hebben we vooral gekeken naar de Regionale Monitor Brede welvaart van het CBS.
Hieronder komt u regelmatig de term benchmarksteden tegen. Het gaat om zeven kennissteden (studentensteden) met tussen de 125.000 en 250.000 inwoners (Eindhoven, Enschede, Groningen, Leiden, Maastricht, Nijmegen en Tilburg) en Arnhem (stad van vergelijkbare omvang nabij Nijmegen). Wanneer hieronder gesproken wordt over het gemiddelde voor de benchmarksteden, zijn de gegevens van Nijmegen inbegrepen.
Ontwikkeling bevolking en woningen
- In 2025 is het aantal inwoners met ongeveer 1.000 mensen gegroeid tot 190.000. Dat is een stuk minder dan in de jaren daarvoor (gemiddelde toename in de acht jaar daarvoor was 1.925). Dit komt deels doordat de groei in 2022 en 2023 door externe factoren extreem hoog was (+8.000 in twee jaar tijd). In 2022 kwamen er door de oorlog in Oekraïne veel vluchtelingen naar Nederland en Nijmegen. En in 2023 zorgde de introductie van het nieuwe studiefinancieringsstelsel, met weer een toelage voor uitwonende studenten, voor veel extra inschrijvingen in het BRP. Ook in 2024 was er sprake van een flinke toename (+1.900).
- Van begin 2017 tot begin 2026 is de Nijmeegse bevolking met 9,4% toegenomen, tegenover gemiddeld 7,3% in de benchmarksteden.

Figuur: Index bevolkingsgroei vanaf begin 2017. Bron: CBS Statline.
- Bij de groei van het inwonertal door de jaren heen speelt de groei van het aantal jongeren dat naar Nijmegen komt om hier een opleiding te volgen een belangrijke rol. Sinds 2000 zijn de studentenaantallen jarenlang toegenomen. Echter, sinds 2020 zien we een daling van het aantal studenten aan de Nijmeegse locaties van de HAN. En ook het aantal studenten aan de Radboud Universiteit is, na enkele stabiele jaren, de laatste jaren wat teruggelopen. Op beide instellingen studeren in 2025 tussen de 23.000 en 23.500 studenten, in totaal ruim 46.000. Volgens ramingen van het ministerie van OCW en DUO zullen de aantallen hbo- en wo-studenten de komende jaren nog verder afnemen. Een deel van de studenten aan de Radboud Universiteit en HAN woont in Nijmegen: ongeveer 21.000 in studiejaar 2024/2025. Een deel van de in Nijmegen woonachtige studenten blijft na het afronden van de studie in Nijmegen wonen.
- Het aantal in de stad woonachtige hbo- en universitaire studenten per 1.000 inwoners is in Nijmegen hoger (113 in 2025) dan gemiddeld in de benchmarksteden (102). Dit aantal is het hoogst in Groningen, gevolgd door Leiden en Maastricht.
- Bij de groei speelt uiteraard ook de woningbouw een rol. In 2025 kwamen er 872 nieuwbouwwoningen bij. Dat is minder dan in 2023 (1.582) en 2024 (1.116), maar meer dan in de vier jaren daarvoor (gemiddeld 739 in de jaren 2019 t/m 2022). Behalve door nieuwbouw komen er ook woningen bij door toevoegingen in bestaande panden/gebouwen. In totaal is het aantal woningen in Nijmegen in 2025 met 950 toegenomen tot 88.775 eind 2025 (tegenover gemiddeld 1.200 in de acht jaar daarvoor).
- Van de woningvoorraad bestaat begin 2025 44% uit koopwoningen (even hoog als gemiddeld in de benchmarksteden), 38,5% uit corporatiewoningen (versus gemiddeld 34% in de benchmarksteden) en 17,5% uit woningen van overige verhuurders (versus gemiddeld 22% in de benchmarksteden). Niet alle corporatiewoningen hebben een huur die onder de sociale huurgrens ligt; Nijmegen telt in 2025 ongeveer 31.800 sociale huurwoningen. Het aandeel huurwoningen van overige verhuurders steeg in de periode 2019 tot 2024 van 16,2 naar 17,9%, maar is begin 2025 wat lager (17,5%). Dat heeft te maken met de toegenomen verkoop van huurwoningen door investeerders. Het aandeel huurwoningen van corporaties is sinds 2023 weinig veranderd en daalde licht in de periode daarvoor. Het aandeel koopwoningen is begin 2025 ongeveer een half procent hoger dan in de jaren daarvoor.
- De gemiddelde WOZ-waarde van woningen in Nijmegen (€387.000 begin 2025) is hoger dan gemiddeld in de benchmarksteden (€350.000).
- Van begin 2017 tot begin 2026 is het aantal woningen in Nijmegen met 13,5% toegenomen, tegenover gemiddeld 11,2% in de benchmarksteden.

Figuur: Index groei aantal woningen vanaf begin 2017. Bron: CBS Statline.
- Begin 2025 wonen er in Nijmegen bijna 79.000 huishoudens “zelfstandig” (hebben een eigen woning of huren een complete woning). Ruim 40% van die huishoudens bestaat uit 1 persoon. Het eenpersoonshuishouden is de huishoudensvorm die sinds 2000 het sterkst is toegenomen. Naast de zelfstandig wonende huishoudens zijn er in Nijmegen ook heel veel mensen die “onzelfstandig” wonen: die een kamer huren op de particuliere kamermarkt of bij de SSHN, of een zelfstandige eenheid van de SSHN bewonen. Bij elkaar gaat het om rond de 25.000 mensen.
- Het inwonertal van Nijmegen zal de komende jaren blijven groeien. Voor de Demografische Verkenning 2025 zijn er verschillende scenario’s opgesteld, variërend van 196.000 tot 213.000 inwoners in 2040. De sterke toename van de groep 70-plussers is het meest zeker en doet zich in ieder scenario voor (+28% uitgaande van het midden scenario). Afhankelijk van het scenario nemen ook de groep 30-50-jarigen en de groep kinderen in kleinere of grotere mate toe.
- De groei zal vooral terug te vinden zijn in de stadsdelen met veel nieuwbouw: Nijmegen-Noord, Nijmegen-Midden (Winkelsteeg) en Nijmegen-Oud-West.
Economie
- Na de zeer sterke groei van het aantal banen in de stad in 2022 (+4,2%) en 2023 (+4%) nam het aantal banen in 2024 met 2,3% toe tot 116.590. De cijfers voor 2025 zijn bij het afronden van de Stads- en Wijkmonitor 2026 nog niet beschikbaar. Als we 2024 met 2016 vergelijken, zien we in alle sectoren een stijgende lijnen in de werkgelegenheid. De laatste jaren zijn er geen opvallende ontwikkelingen geweest; de gezondheids- en welzijnszorg blijft de grootste sector in Nijmegen en biedt de meeste werkgelegenheid (30%). Op de tweede en derde plaats volgen de sectoren onderwijs (14%) en zakelijke dienstverlening (13%). In vergelijking met de benchmarksteden telt Nijmegen relatief veel banen binnen de gezondheidszorg en het onderwijs en relatief weinig banen in de zakelijke dienstverlening en industrie.

Figuur: Aantal banen in Nijmegen. Bron: PWE-Gelderland 2024.
- Van alle werkenden in Nijmegen werkt 49% bij een mkb-bedrijf, is 37% in dienst bij een grootbedrijf en werkt 14% als zelfstandige.
- Het aandeel van de Nijmeegse werknemers, dat binnen de gemeentegrenzen werkt, is toegenomen. In 2024 - en ook in de twee jaar daarvoor - werkte 52% van de werknemers woonachtig in Nijmegen bij een bedrijf of instelling binnen de gemeentegrenzen, tegenover 48% in 2020. Van de Nijmegenaren, die in 2024 buiten Nijmegen werkten, werkte 43% binnen de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen en 57% daarbuiten.
- Tegelijk zien we een daling van het aandeel werknemers met een baan in Nijmegen dat buiten de stad woont, van 58% in 2020 naar 54%. Van de werknemers, die in 2024 buiten Nijmegen woonden maar in de stad werkten, kwam 60% uit de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen en 40% van daarbuiten.
- Sinds het eerste kwartaal van 2021 typeert het UWV de arbeidsmarkt in de arbeidsmarktregio Rijk van Nijmegen ieder kwartaal als “krap” of “zeer krap”. De krapte op de arbeidsmarkt zorgde in 2022 voor het laagste percentage WW’ers in Nijmegen in 25 jaar (1,3% van de 15- t/m 64-jarigen). In de jaren 2023-2025 stijgt het aandeel heel lichtjes naar 1,6%, wat nog steeds heel laag is.
- Het gemiddelde rapportcijfer van bedrijven en instellingen voor het ondernemingsklimaat in Nijmegen ligt in 2024 op 6,2. Dat is lager dan bij de 6,6 in 2018 en de 6,8 in 2021. Landelijk onderzoek laat zien dat ook het rapportcijfer van bedrijven voor het ondernemingsklimaat in Nederland is gedaald, van 6,7 in 2022 naar 6,4 in 2023 en 6,0 in 2024. De meest aangekruiste aandachtspunten voor verbetering van het ondernemingsklimaat in Nijmegen zijn: de bereikbaarheid van de stad (42%), de gemeentelijke regelgeving (32%), een voldoende en goed aanbod van vestigingsplaatsen (23%), de dienstverlening van de gemeente Nijmegen aan bedrijven/instellingen (23%), de lokale lasten (22%) en de veiligheid (afwezigheid overlast en/of criminaliteit) (21%).
Toerisme
- Het beeld van Nederlanders over Nijmegen ontwikkelt zich in een positieve richting. Zo is het rapportcijfer van Nederlanders voor de stad gestegen van 6,8 in 2015 naar 7,1 in 2022. En vaker dan bij de voorgaande metingen in 2015 en 2017 vinden Nederlanders evenementenstad, cultuurstad, uitgaansstad en sociale stad passende benamingen. De benamingen historische stad (74%), studentenstad (66%) en loopstad (66%) vindt men het meest passend. Meer dan bij de voorgaande metingen is het wandelen en fietsen in de omgeving van Nijmegen als bezoekreden genoemd. In 2026 voeren we een nieuwe meting onder de Nederlanders uit.
- Na een forse daling van het aantal hotelovernachtingen tijdens de coronacrisis, neemt het aantal overnachtingen weer toe tot 301.000 in 2024. Dat is ongeveer evenveel als in 2018 en 2019, de twee jaar voor de coronapandemie.
- Het aantal bezoekende cruiseschepen en -passagiers was in 2024 en 2025 hoger dan normaal, omdat de kade in Arnhem door renovatie gesloten was.
Binnenstad
- In 2025 waarderen bezoekers de binnenstad gemiddeld met het rapportcijfer 7,7. Dat is even hoog als in 2022 en 2018 (voor de coronacrisis). De meeste aspecten worden ruim voldoende tot goed beoordeeld. De volgende aspecten krijgen de hoogste scores: het horeca-aanbod (8,1), de bereikbaarheid per fiets (8,1), de bereikbaarheid met het openbaar vervoer (7,8), de sfeer/gezelligheid (7,8), het evenementenaanbod (7,8) en het cultureel aanbod (7,7). Voor de mogelijkheden om fiets te parkeren (7,2 in 2022 en 7,5 in 2025) en het groen in de binnenstad (6,3 in 2022 en 6,6 in 2025) is de waardering het meest gestegen; voor het parkeertarief is deze het meest gedaald (5,6 in 2022 en 5,3 in 2025).

Figuur: Waardering bezoekers voor binnenstad (gemiddeld rapportcijfer). Bron: Stadscentrummonitor, O&S.
- Het winkelgebied Centrum Nijmegen is in 2023 in winkelomzet de belangrijkste aankoopplaats in Oost-Nederland. Op de tweede plaats staat de woonboulevard in Duiven. Daarna volgen respectievelijk de binnensteden van Enschede, Arnhem en Zwolle. Een factor van betekenis daarbij is dat Nijmegen de meeste inwoners telt en de binnenstad daaraan al veel omzet ontleent.
- De werkgelegenheid in de binnenstedelijke detailhandel is in 2024 16% lager dan in 2009. De laatste jaren is die wel weer iets toegenomen. En sinds het topniveau van 2006 en 2009 is aantal winkels is met 32% gedaald. Tegelijk laat de groei van andere functies, zoals wonen, horeca en persoonlijke verzorging, zien we dat de binnenstad zich snel aanpast. De leegstand van het aantal verkooppunten in de binnenstad fluctueerde de afgelopen tien jaar en lag begin 2026 op 8,6% (versus gemiddeld 7,9% voor de afgelopen tien jaar).
- Het aantal banen in de horeca in de binnenstad is na een daling tijdens de coronapandemie weer fors gestegen (3.090 in 2024). Het is hoger dan voor de coronapandemie en ook hoger dan het aantal banen in de binnenstedelijke detailhandel (2.480). Begin 2026 telt de binnenstad 321 verkooppunten in de sector horeca, cultuur en vermaak. Dit aantal is gestegen en komt steeds meer in de buurt van het dalend aantal winkels (350).
- In 2024 uitgevoerde steekproeftellingen lieten een sterke stijging van het aantal binnenstadbezoekers per week zien (272.000). Dat is hoger dan in de jaren voor de coronapandemie.
- Ook het bezoek aan de culturele instellingen in de binnenstad is flink toegenomen. In 2025 steeg het totaal aantal bezoeken aan de gesubsidieerde podia naar een recordhoogte (799.100 versus 684.000 in 2019).
- Onderzoek naar het imago van Nijmegen onder Nederlanders laat zien dat een aantal van de veel genoemde redenen om Nijmegen te bezoeken met de binnenstad te maken heeft (winkelen, horecabezoek, bekijken binnenstad, geschiedenis ervaren, museumbezoek, evenementenbezoek en recreëren rond de Waal). Ten opzichte van de eerdere metingen in 2015 en 2017 zijn horecabezoek en het bekijken van de binnenstad in 2022 vaker als bezoekredenen genoemd. In 2026 voeren we een nieuwe meting onder de Nederlanders uit.
Bereikbaarheid
- Voor de bereikbaarheid binnen de stad met de fiets geven bewoners in 2025 gemiddeld het rapportcijfer 8,2. De bereikbaarheid binnen de stad met de bus krijgt een 7,2. De bereikbaarheid binnen de stad met de auto waarderen de bewoners minder hoog, met een 6. Deze verschillen zijn door de jaren heen niet sterk veranderd. Najaar 2025 staat de verkeersdrukte op nummer vier in de top tien van belangrijkste stadsproblemen volgens bewoners.
- De waardering van bewoners voor de bereikbaarheid binnen de stad met de auto (6,0) is lager dan die voor de bereikbaarheid van de stad met de auto ( van buiten Nijmegen de stad binnenrijden ) (6,7).

Figuur: Gemiddelde rapportcijfers van bewoners voor de bereikbaarheid per fiets, auto en bus. Bron: Burgerpeiling, O&S.
- De waardering van binnenstadbezoekers voor bereikbaarheid van het stadscentrum met de auto (6,8) ligt in de buurt van de 6,7 die bewoners voor de bereikbaarheid van de stad met de auto geven. Voor de bereikbaarheid van het stadscentrum met het openbaar vervoer en de fiets geven de bezoekers een 7,8 respectievelijk 8,1.
- Aan bedrijven en instellingen is in 2024 gevraagd naar de belangrijkste aandachtspunten voor de verbetering van de bedrijfsomgeving (de openbare ruimte in de directe omgeving van de vestiging). Het op een na meest aangekruiste aandachtspunt is de bereikbaarheid per auto (door 30%). Dit is duidelijk vaker gekozen dan de bereikbaarheid per openbaar vervoer (15%) en de bereikbaarheid per fiets (9%). Ook is gevraagd naar aandachtspunten voor de verbetering van het ondernemingsklimaat in Nijmegen. Hierbij is de ‘bereikbaarheid van de gehele stad’ het meest aangekruist (door 42%).
- In 2025 geeft 66% van de in Nijmegen werkende inwoners aan meestal met de fiets naar het werk te gaan. Op plek twee staat ‘met de auto’ (20%), gevolgd door ‘te voet’ (7%) en het openbaar vervoer (5%). Deze verdeling naar vervoerswijzen is de laatste jaren niet sterk veranderd.
- De fiets is ook is veruit het meest gebruikte vervoermiddel voor bewoners om naar de binnenstad te gaan: in 2025 geeft 72% aan meestal met de fiets te gaan. Op plek twee staat ‘te voet’ (30%), gevolgd door ‘met de bus’ (25%) en ‘met de auto’ (24%). Men mocht maximaal twee vervoerswijzen aanvinken. Nijmegenaren die elke week naar de binnenstad gaan, komen vaker dan gemiddeld te voet (48%) en minder vaak dan gemiddeld met de bus (19%) en auto (15%). Nijmegenaren die minder dan 1 keer per maand naar de binnenstad gaan, komen vaker dan gemiddeld met de auto (41%) en bus (36%) en minder vaak dan gemiddeld met de fiets (55%) en te voet (9%).
- De binnenstadbezoekers van buiten de stad komen het vaakst met de auto (59%), gevolgd door de trein (14%), bus (13%) en fiets (13%), zo blijkt uit de Stadscentrummonitor 2025.
- Bij de Burgerpeiling najaar 2025 geeft 22% van de Nijmegenaren aan in de buurt vaak parkeeroverlast te ervaren. En 21% is ontevreden over de parkeergelegenheid in de buurt. Sinds 2021 zijn deze percentage stabiel. Voor 12% geldt dat men in de buurt vaak parkeeroverlast ervaart én ontevreden is over de parkeergelegenheid in de buurt. ‘Onvoldoende parkeerplaatsen/parkeeroverlast’ staat najaar 2025 op een gedeelde tweede plaats in de ranglijst van de met voorrang aan te pakken buurtproblemen volgens de bewoners van Nijmegen, net als in 2023. In de top tien van de meest voorkomende categorieën Meld & Herstel meldingen staat parkeeroverlast op de derde plaats. Bij de Monitor Ondernemingsklimaat 2024 hebben bedrijven en instellingen ‘parkeergelegenheid voor de auto’ het meest aangekruist als aandachtspunt voor de verbetering van de directe bedrijfsomgeving (42%).
- Het percentage bewoners, dat vaak overlast van hardrijdend verkeer ervaart, is gestegen van 29% in 2017 naar 37% in 2021. In 2023 en 2025 is dit stabiel gebleven op 37%. ‘Verkeersveiligheid/hard rijden’ staat najaar 2025 op een gedeelde tweede plek in de lijst van de meeste genoemde buurtproblemen volgens bewoners.
- De laatste jaren stijgt het aantal verkeersslachtoffers met letsel, met een piek in 2025 (184). Fietsers zijn het vaakst letselslachtoffer van verkeersongelukken; vanaf 2021 zien we een duidelijke stijging, met name in 2025. Ook bij bromfietsen en e-bikes is er een duidelijke toename, vooral bij e-bikes in de laatste jaren.
Openbare ruimte
- Het oordeel over de openbare ruimte in de stad is op een aantal punten (licht) veranderd. Het aandeel inwoners dat Nijmegen een schone stad vindt (56%) vertoont een dalende trend (was 66% in 2017). Het aandeel inwoners dat Nijmegen een stad met veel groen vindt (75%) is licht gestegen ten opzichte van 2021 en 2023 en ongeveer gelijk aan het in 2019 gemeten percentage. Het percentage dat tevreden is over het onderhoud van de wegen voor het autoverkeer in de stad is in 2025 wat hoger (57%) dan bij de voorgaande metingen. Het percentage Nijmegenaren dat tevreden is over het onderhoud van de fietspaden in de stad (69%) is weinig veranderd.
- Ook het oordeel over de openbare ruimte in de buurt is op een aantal punten (licht) veranderd. Het percentage inwoners dat de buurt schoon vindt (68% in 2025) vertoont een licht dalende trend (was 73% in 2019). Dat geldt ook voor het aandeel dat vindt dat er in de buurt weinig vernield wordt (78% in 2025 versus 83% in 2019). Het aandeel inwoners dat tevreden is over de verlichting in de buurt is in 2025 lager (70%) dan bij de voorgaande metingen (tussen 77 en 81% bij de voorgaande metingen). De tevredenheid over de groenvoorzieningen in de buurt is na een lichte achteruitgang weer gestegen (69% tevreden in 2025). Over het onderhoud van de fietspaden in de buurt zijn meer inwoners tevreden (69%) dan over het onderhoud van de wegen voor het autoverkeer (62%) en de voetpaden (55%) in de buurt.
- In 2025 staat ‘rommel/zwerfvuil’ op nummer 1 in de top tien van de met voorrang aan te pakken buurtproblemen volgens Nijmegenaren (door 16% genoemd). Dat was ook in 2023 en 2021 het geval, maar het percentage dat ‘rommel/zwerfvuil’ noemde lag toen wat lager (12%). Hierbij aansluitend gaan veel Meld & Herstel meldingen van bewoners over afval en vervuiling (33% van alle meldingen in 2025, waarmee dit de grootste meldcategorie is). Ook gaan in 2025 veel meldingen over overlast (het meest door personen, gevolgd door fietsen, andere voertuigen, vuurwerk en geluid), parkeeroverlast, voetpaden, straatverlichting (defecte lampen) en groen (bomen, plantsoenen, onkruid, grasvelden/bermen).
- In de top tien van de meeste voorkomende categorieën Meld & Herstel meldingen staat parkeeroverlast op de derde plaats. ‘Onvoldoende parkeerplaatsen/parkeeroverlast’ staat najaar 2025 op een gedeelde tweede plaats in de ranglijst van de met voorrang aan te pakken buurtproblemen volgens de bewoners van Nijmegen.
- Vuurwerk is een aparte meldcategorie (1.780 meldingen in 2025). Daarnaast is er een subcategorie ‘overlast door vuurwerk’ bij de meldcategorie overlast (1.130 meldingen in 2025). Als we de meldingen over vuurwerk bij elkaar optellen, komen we op ruim 2.910 meldingen in 2025, versus 2.370 in 2024.

Figuur: Top 10 meldingen over openbare ruimte door bewoners. Bron: registratiegegevens Meld & Herstel meldingen.
Zorg
De gemeente biedt bewoners met ondersteuningsvragen en problemen op allerlei manieren hulp, onder meer via:
- Stips (voor Nijmegenaren met informatie- en adviesvragen) (21.900 bezoeken in 2024, versus 24.300 in 2023 en 22.000 in 2022).
- Buurtteams Volwassenen (voor iedereen tussen de 18 en 65 jaar, zonder thuiswonende kinderen, die ondersteuning nodig heeft of problemen ervaart in het dagelijks leven; de teams bieden in de buurt basishulp én indien nodig toegang tot aanvullende zorg/maatwerkvoorzieningen; boden in 2025 hulp aan ongeveer 3.650 inwoners, versus 3.260 in 2022).
- Buurtteams Jeugd en Gezin (bieden basiszorg en indien nodig toegang tot aanvullende zorg/maatwerkvoorzieningen voor personen in gezinnen met inwonende kinderen tot 18 jaar; op jaarbasis ontvangen bijna 1.900 kinderen en jongeren tot 18 jaar basishulp).
- Allerlei maatwerkvoorzieningen binnen de Wmo en jeugdhulp (afgestemd op de persoonlijke situatie) (meer hierover in onderstaande teksten).
- De Doorbraakaanpak (gericht op huishoudens met problemen op meerdere leefgebieden; in 2024 werden er 142 casussen aangemeld).
- Regieteams (woonoverlast- en multiprobleemaanpak voor huishoudens met de meest complexe problematiek; in 2025 waren er 472 casussen in behandeling, versus 411 in 2023).
- Het Zorg- en Veiligheidshuis Gelderland Zuid (voor hulpverlening op basis van een combinatie van zorg en strafrecht/dwang in gevallen van complexe problematiek; in 2024 waren er 215 Nijmeegse casussen in behandeling, versus 309 in 2022).
- Diverse regelingen voor inkomensondersteuning.
- In 2025 hadden ongeveer 12.000 cliënten - zo’n 7,5% van de volwassen inwoners – 1 of meer indicaties voor een maatwerkvoorzieningen vanuit de Wmo (hulpmiddelen, huishoudelijke hulp, ondersteuning en verblijf gericht op de korte termijn). Ten opzichte van 2024 is dat een lichte stijging (+180 cliënten), na een daling in de jaren daarvoor ten gevolge van het van start gaan van de buurtteams volwassenen. De groei in 2025 zien we vooral bij cliënten huishoudelijke hulp en cliënten met een vervoersvoorziening. De cliëntgroep met hulpmiddelen is het grootst (6.940 cliënten in 2025), gevolgd door cliënten huishoudelijke hulp (6.050 cliënten in 2025) en cliënten met ondersteuning via een maatwerkvoorziening (2.220 cliënten in 2025). De kleinste groep vormen de cliënten met verblijf gericht op de korte termijn (530 cliënten in 2025). Veel cliënten krijgen meerdere soorten ondersteuning, waarmee de nodige overlap zit tussen cliëntgroepen.
- Op 1 januari 2022 gingen de buurtteams volwassenen van start. Deze teams bieden ondersteuning (basishulp) aan inwoners, waardoor in een deel van de gevallen geen ondersteuning via een maatwerkvoorziening ingezet hoeft te worden. De buurtteams volwassenen gaven in 2025 aan 3.650 inwoners ondersteuning, versus 3.260 in 2022.Cliënten beoordelen de ondersteuning van het buurtteams in 2025 met een gemiddeld rapportcijfer van 7,9.
- Via het cliëntervaringsonderzoek Wmo meten we de tevredenheid over de verschillende Wmo-maatwerkvoorzieningen. Voor de meeste soorten voorzieningen geldt dat tussen de 73 en 85% van de cliënten er tevreden over is. Over het beschermd wonen en de maatschappelijke opvang is rond de 60% tevreden, maar daarvoor geldt dat cliënten vaker geen duidelijke mening over de ondersteuning hebben (‘neutraal’ of ‘weet niet’). De afgelopen jaren schommelt het gemiddelde rapportcijfer voor alle Wmo-ondersteuning op basis van maatwerk rond de 7,4.
- Bij de toekomstige ontwikkeling van het aantal Wmo-cliënten zijn de vergrijzing en het beleid gericht op zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen belangrijke factoren. Van de cliëntgroep met hulpmiddelen is circa twee derde 65 jaar of ouder en van de cliëntgroep met huishoudelijke hulp circa drie kwart. Tot 2035 zal het aantal 70-plussers relatief sterk groeien. Die sterke groei van het aantal 70-plussers zal leiden tot een grotere zorgvraag en ook tot een grotere behoefte aan woonruimte geschikt voor ouderen.
- In 2025 kregen ongeveer 3.950 Nijmeegse jongeren jeugdhulp via een maatwerkvoorziening. Bij deze groep zijn ook jongeren van 18 tot 23 jaar meegerekend die verlengde jeugdzorg ontvangen. Van de inwoners tot 18 jaar ontving in 2024 12,8% jeugdhulp via een maatwerkvoorziening. Sinds 2023 is het aantal jongeren in jeugdhulp via een maatwerkvoorziening met 6% gedaald, waarbij het van start gaan van de buurtteams jeugd en gezin een rol speelt. Jeugdhulp is er in twee vormen: hulp zonder verblijf (psychische hulp, ambulante begeleiding, hulp bij het opvoeden) en hulp met verblijf (zoals in een behandelgroep, pleeggezin of gezinshuis). In 2025 kregen bijna 400 jongeren hulp met verblijf, veelal gecombineerd met jeugdhulp zonder verblijf.
- In juli 2021 gingen de buurtteams jeugd en gezin van start. Deze teams bieden begeleiding (basishulp) aan jongeren en ouders, waardoor in een deel van de gevallen geen maatwerkvoorziening ingezet hoeft te worden. Op jaarbasis ontvangen bijna 1.900 kinderen en jongeren tot 18 jaar basishulp.
- De rapportcijfers, die in het cliëntervaringsonderzoek jeugdhulp voor de kwaliteit van de jeugdhulp worden gegeven, fluctueren door de jaren heen licht. In 2025 gaven ouders van cliënten tot 15 jaar gemiddeld een 7,8; 80% van de ouders gaf aan dat hun kind zich door de hulp beter voelde. En in 2025 gaven cliënten vanaf 15 jaar (die zelf de vragenlijst invulden) gemiddeld een 7,5; 66% gaf aan zich door de hulp beter te voelen.
- Een deel van de huishoudens heeft hulp en ondersteuning op meerdere vlakken nodig. Als we kijken naar alle gemeentelijke regelingen op het vlak van zorg, jeugd, inkomen en werk, blijkt dat in 2024 5,7% van de huishoudens van minstens vijf regelingen gebruikmaakten, net als in 2022 en 2023. Bij eenoudergezinnen lag dat percentage hoger (19%, tegenover 3 tot 5% bij andere typen huishoudens). Ook bij huishoudens met een migratieachtergrond is dit percentage hoger, waarbij er verschillen zijn naar land van herkomst.
Onderwijs
- Met een indicatie voor- of vroegschoolse educatie (VVE) vanwege een taal- en/of ontwikkelingsrisico komt een 2-3-jarig kind in aanmerking voor een gesubsidieerde plaats op een peutergroep en kan het de peutergroep een extra dagdeel bezoeken. Alle peutergroepen in Nijmegen bieden een speciaal VVE-programma aan. Ook sommige kinderdagverblijven hebben zo'n programma. Het aandeel 2-3-jarigen, dat van de GGD een VVE-indicatie heeft gekregen, schommelt rond de 20%. Het hoogste aandeel geïndiceerden werd gezien in 2022 (22%); in april 2025 heeft 19% van de peuters een indicatie.
- In Nijmegen en de benchmarksteden zijn er relatief veel basisscholen met naar verhouding veel leerlingen met een groter risico op onderwijsachterstand. Waar gemiddeld 15% van de scholen in Nederland in deze categorie valt, is dat in Nijmegen en de benchmarksteden 30%. Maar nog opvallender is de oververtegenwoordiging van scholen met naar verhouding veel leerlingen met weinig risico op onderwijsachterstand. Ruim de helft van de Nijmeegse scholen valt in deze categorie, tegenover 15% van de Nederlandse scholen. Deze situatie hangt samen met de samenstelling van de Nijmeegse bevolking: veel hbo- en wo-opgeleiden en ook veel mensen uit kwetsbare groepen.
- Voor verschillende kwetsbaarheids- en achterstandsindicatoren op het vlak van onderwijs (aandeel 2-3-jarigen met een VVE-indicatie, concentratiegebieden van basisschoolleerlingen met achterstandsrisico, aandeel leerlingen in het voortgezet onderwijs dat naar havo of vwo gaat, aandeel leerlingen dat contact met Leerplicht heeft gehad) is eenzelfde spreidingsbeeld over de stad te zien. Aan de westkant van de stad (Dukenburg, Lindenholt, Hatert en Neerbosch-Oost) is het beeld relatief ongunstig.
- 57% van de Nijmeegse basisschoolleerlingen bezoekt een school die dicht bij huis is; 43% bezoekt een school verder van huis (school ligt minstens 300 meter verder van de woning dan de dichtstbijzijnde school). Het aandeel, dat een basisschool verder van huis bezoekt, is tussen 2014/2015 en 2025/2026 toegenomen van 34 naar 43%. De stijging is het grootst in Nijmegen-Noord. De belangrijkste verklaring hiervoor is dat er in die periode veel basisscholen in Nijmegen-Noord zijn bijgekomen; tien jaar geleden was er veel minder keus voor ouders en kinderen waardoor er "vanzelf" veel kinderen naar de dichtstbijzijnde school gingen.
- In Nijmegen volgen ruim 12.000 kinderen basisonderwijs en bezoeken ruim 14.000 jongeren het voortgezet onderwijs. Op het ROC-Nijmegen volgen 9.500 jongeren onderwijs en aan de Radboud Universiteit en de Nijmeegse locaties van de Hogeschool Arnhem Nijmegen studeren ruim 46.000 mensen. Na de jarenlange forse stijging van het aantal hbo-studenten in Nijmegen, is dit aantal sinds 2020 aan het dalen. Ook het aantal wo-studenten is na enkele stabiele jaren de laatste jaren wat teruggelopen. Volgens ramingen van het ministerie van OCW en DUO zullen de aantallen hbo- en wo-studenten de komende jaren nog verder afnemen.
- In studiejaar 2025/2026 was 11% van de universitaire studenten in Nijmegen uit het buitenland afkomstig. In alle andere benchmarksteden met een universiteit was dit aandeel een stuk hoger. In Nijmegen ligt het aandeel buitenlandse studenten al jarenlang op hetzelfde niveau.
Cultuur en cultureel erfgoed
- In de ‘samenvatting brede welvaart’ zijn onder ‘vrije tijd’ diverse cijfers opgenomen over de cultuurdeelname bij Nijmegenaren. Hieronder volgen aanvullende cijfers over cultuur.
- Na de coronapandemie zien we een sterke groei van het aantal bezoeken aan podiumvoorstellingen. In 2025 werden er 567.000 bezoeken aan podiumvoorstellingen in Nijmegen gebracht, versus 431.000 in 2019. Het aantal podiumvoorstellingen steeg van 1.129 in 2019 naar 1.389 in 2025.
- Ook het filmbezoek in LUX nam na de coronaperiode toe, tot 232.000 in 2025 plus nog eens 7.600 bezoeken aan educatieve filmvoorstellingen. In het recordjaar 2019 waren er in totaal 253.000 filmbezoeken.

Figuur: Totaal aantal bezoeken aan culturele voorstellingen in Doornroosje, De Vereeniging, de Stadsschouwburg, LUX, het Lindenberg Theater en Openluchttheater De Goffert. Bron: cijfers podia.
- In 2025 zijn 40.435 Nijmegenaren lid van de bibliotheek, van wie er bijna 23.000 jonger dan 18 jaar zijn (77% van alle Nijmegenaren tot 18 jaar) en ongeveer 17.500 volwassen (11% van alle volwassen Nijmegenaren). Ten opzichte van 2024 is het ledental met 3,6% gestegen. Dit komt door de toename van het aantal volwassen leden. Vanaf 1 december 2025 is een abonnement bij de Bibliotheek Gelderland Zuid tot 28 jaar gratis. Het totaal aantal uitleningen (inclusief verlengingen) nam wat af: van 1.171.000 in 2024 naar 1.150.000 in 2025 (-1,8%). In 2024 verliep 16% van alle bibliotheekuitleningen in Nijmegen via de Bibliotheek op school (versus ruim 11% in 2019).
- Naast het uitlenen van boeken vervullen bibliotheken een bredere maatschappelijk functie. In 2025 geeft 26% van de Nijmegenaren vanaf 16 jaar aan maandelijks of wekelijks gebruik te maken van de bibliotheek en 20% minder vaak. In vergelijking met 2023 is dat een duidelijke stijging (20% maandelijks of wekelijks en 15% minder vaak). Daarbij zou de iets gewijzigde toelichting bij de vraag over het bezoeken van de bibliotheek een rol kunnen spelen. In die toelichting is wat uitgebreider aangegeven wat je er zoal kunt doen (bijvoorbeeld boeken lenen, er gaan lezen of studeren, hulp krijgen bij digitale zaken of de Nederlandse taal en een evenement bezoeken).
- Museum De Bastei trok in 2025 een recordaantal bezoekers (63.250). Dat is 8.500 meer dan het vorige record uit 2023.
- Het meest bezochte monument in Nijmegen is de Stevenskerk. In 2024 en 2025 trok deze kerk recordaantallen bezoekers (238.900 respectievelijk 240.700).
- Bij de Lindenberg waren er in 2024 en 2025 duidelijk meer cursisten (bijna 5.200) dan in 2023 (4.400). Zowel het aantal jeugdige als het aantal volwassen cursisten nam toe. Van de 5.200 cursisten is 40% jonger dan 18 jaar.
- In 2022 hebben we voor de derde keer onderzoek naar het imago van Nijmegen onder Nederlanders verricht. Van de Nederlanders vindt 49% ‘cultuurstad’ een passende omschrijving voor Nijmegen. Dat is meer dan in 2015 (43%) en 2017 (41%). Van de Nederlanders, die Nijmegen in de voorgaande periode bezocht hebben, vindt 63% ‘cultuurstad’ een passende omschrijving, en van bewoners van de gemeenten rond Nijmegen 78%. In 2025 vindt een nieuwe meting onder Nederlanders plaats.
- In 2022 denkt 42% van de Nederlanders dat Nijmegen de oudste stad van Nederland is; 27% noemt Maastricht n 14% Amsterdam. In 2015 was dit verschil kleiner. Toen noemde 35% Nijmegen, 32% Maastricht en 16% Amsterdam.
- Veertien procent van de Nederlanders, die Nijmegen in de voorgaande periode bezocht hebben, kwam onder meer naar Nijmegen om er de geschiedenis van de stad te ervaren. Bijna al die bezoekers zijn positief over wat Nijmegen op dit vlak te bieden heeft. Het ervaren van de geschiedenis is ook veel genoemd als reden waarom men de stad in de toekomst wil gaan bezoeken, namelijk door 36% van de Nederlanders, die Nijmegen in de toekomst (misschien) willen gaan bezoeken.
Sport
- In de ‘samenvatting brede welvaart’ zijn onder ‘vrije tijd’ diverse cijfers opgenomen over de sportdeelname bij Nijmegenaren. Hieronder volgen aanvullende cijfers over sport.
- In 2025 gaat het met de meeste Nijmeegse sportverenigingen goed. Er zijn weinig sportverenigingen die qua vitaliteit (ledenontwikkeling, vrijwilligers, bezetting bestuur, financiële situatie) slecht scoren. In vergelijking met de drie voorgaande metingen (2022, 2020 en 2018) zijn er minder verenigingen met een dalend ledental, een tekort aan vrijwilligers en een niet gezonde financiële situatie. Bij de vraag naar knelpunten zijn de meest genoemde zaken: het kunnen vinden en behouden van (goede) trainers, te weinig mogelijkheden om (geschikte) binnensportaccommodatie te huren en financiële knelpunten (onder meer de kosten voor het huren van binnensportaccommodatie).
- De laatste jaren zien we een forse stijging van de deelname aan de Nijmeegse hardloopevenementen. Bij de Zevenheuvelenloop en -nacht in 2025 waren er in totaal 38.000 deelnemers, versus 19.300 in 2022. En bij de Stevenloop 2026 (inclusief de Stadscross) waren er 13.600 deelnemers, versus 5.750 in 2023.
- De 4Daagse is in 2022 nog steeds de belangrijkste associatie bij de stad; 49% van de Nederlanders denkt bij Nijmegen spontaan aan dit evenement. Veel mensen vinden ‘loopstad’ dan ook een passende beschrijving van Nijmegen (66%). Voor 30% van de Nederlanders geldt dat men ‘sportstad’ een passende omschrijving van Nijmegen vindt. Ten opzichte van de vorige metingen is dit percentage weinig veranderd. In 2025 vindt een nieuwe meting onder Nederlanders plaats.
Duurzaamheid
- In de periode 2011-2021 daalde het gemiddeld gasverbruik van huishoudens met een gasaansluiting van 1.470 m3 naar 1.130 m3. Na 2021 volgde een forse daling tot 820 m3 in 2023. In 2024 zien we weer een stijging (850 m3), waarbij het geringer aantal zonuren in 2024 een rol zal spelen. Het aandeel woningen met minimaal energielabel B steeg verder door naar 63% van de woningen met een geldig energielabel in 2025. In de benchmarksteden ligt dat percentage gemiddeld op 57%.
- We zien een gestage afname van het aandeel woningen waar een aardgasaansluiting gebruikt wordt. Zowel het aandeel woningen met stadsverwarming (van 6% in 2017 naar 11% in 2024) als het aandeel woningen met elektrische verwarmingsinstallaties (van 1% in 2017 naar 6% in 2024) neemt toe.

Figuur: Hoofdverwarmingssysteem Nijmeegse woningen. Bron: regionale Klimaatmonitor, RVO.
- In de periode 2011-2021 daalde het gemiddelde elektriciteitsverbruik per woning van 2.860 kWh naar 2.470 kWh. Na 2021 volgde een forse daling tot 2.200 kWh in 2023. In 2024 zien we weer een stijging (2.240 m3), wat te maken kan hebben met een toename van o.a. warmtepompen, airco-systemen, particuliere laadpalen bij woningen en elektrisch koken.
- Het aantal woningen met een zonnestroominstallatie is gestegen naar ruim 25.000 in 2025. Dat betekent dat op 29% van de Nijmeegse woningen zonnepanelen staan. In Nijmegen zijn er naar verhouding op wat meer woningen zonnestroominstallaties geplaatst dan in de benchmarksteden. Het totale opgestelde vermogen van die installaties verschilt behoorlijk tussen de benchmarksteden, met Eindhoven, Groningen en Tilburg als uitschieters naar boven en Leiden en Maastricht als uitschieters naar beneden.
- Bedrijven dragen steeds meer bij aan de totale hoeveelheid opgewekte zonnestroom (ruim de helft in 2025).
- Inmiddels zijn er binnen de gemeentegrenzen van Nijmegen ook grote zogenaamde zonneweides in gebruik genomen. Sinds 2022 is Zonnepark de Grift bijvoorbeeld operationeel met 11.336 zonnepanelen (productie: 4,6 GWh per jaar). Naast de zonnestroom, zijn er op Nijmeegs grondgebied vier windturbines langs de A15 en twee windturbines in Nijmegen-West met in totaal een capaciteit van ruim 17 Megawatt.
- Het totale energieverbruik binnen onze gemeente is dalende. De energiebesparing in de periode 2008-2024 bedraagt -38%. Het verminderd verbruik bij bedrijven (vaak door sluiting of productiewijzigingen) is een belangrijke factor hierin. En dat geldt ook voor het verminderd gasverbruik door huishoudens.
- Het aandeel opgewekte hernieuwbare energie in het totale Nijmeegse verbruik is in Nijmegen toegenomen van ruim 3% in 2018 naar ruim 8% in 2023 (een actueler cijfer is bij het verschijnen van de Stads- en Wijkmonitor 2026 niet beschikbaar).
- Het percentage gescheiden ingezameld huishoudelijk afval ligt sinds 2020 op 71-73% (versus 63% in 2014). In Nijmegen is het gemiddeld aantal kilo huishoudelijk restafval per inwoner per jaar (71,5 kg in 2024) veel lager dan gemiddeld in de benchmarksteden (149). Dit heeft te maken met het hoge percentage gescheiden ingezameld afval in Nijmegen.
- Na een jarenlange stijging is het aantal personenauto’s van particulieren per 1.000 inwoners in 2023 en 2024 gedaald tot 368 (versus 377 in 2022). In 2025 zien we weer een stijging naar 373. Bij de Burgerpeiling 2025 geeft 4,7% van de Nijmegenaren aan dat ze in de voorgaande 12 maanden van een deelauto gebruik hebben gemaakt. Verder geeft 2,1% aan de eigen auto regelmatig uit te lenen aan een ander huishouden en geeft 2,3% aan regelmatig een auto van een ander huishouden te lenen. Deze percentages zijn ongeveer gelijk aan die we in 2023 gemeten hebben.
- Het aantal voor meer bewoners toegankelijke laadpunten voor elektrische auto’s nam toe van 403 eind 2019 tot 1.994 eind 2025.
Organisatie
- De Burgerpeiling laat een stijgende tendens zien voor het percentage Nijmegenaren dat interesse in de lokale politiek heeft: van 54% in 2017 naar 63% in 2025. Daarbij aansluitend was de opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen 2026 (58,4%) hoger dan in 2018 (57,1%) en 2022 (54,1%).
- Bij de Burgerpeiling 2025 geeft 40% van de bewoners aan (veel) vertrouwen in het stadsbestuur te hebben; 13% had weinig of geen vertrouwen in het bestuur. Een groot deel (bijna de helft) had geen of geen uitgesproken oordeel. Deze uitkomst ligt dicht in de buurt van die in 2023. In 2019 en 2021 was het aandeel, dat (veel) vertrouwen in het bestuur had, wat lager (35%).
- In 2025 is 40% van de inwoners het eens met de stelling “als kiezer heb ik invloed op wat er in de gemeente gebeurt”; 19% is het hier niet mee eens en de rest heeft hier geen of geen uitgesproken mening over. Sinds 2019 zien we lichte schommelingen voor deze uitkomsten.
- Het aantal bezoeken aan de Stadswinkel was in 2025 iets lager dan in 2024. Inwoners van Nijmegen beoordelen de dienstverlening na een afspraak in de Stadswinkel of bij het Steunpunt in Dukenburg gemiddeld met een 8,5. Het aantal telefoontjes naar de gemeente vertoont al enige jaren een dalende tendens. Het aantal bezoeken aan de gemeentelijke website nam in 2025 toe en dat geldt ook voor het aantal berichten voor de gemeente via Facebook.
- In 2024 beoordeelden Nijmeegse bedrijven en instellingen de algehele dienstverlening door gemeente Nijmegen met een 6,1; 30% gaf een onvoldoende. Bij de vier metingen daarvoor lag dat cijfer hoger (6,4 of 6,5). De meest aangekruiste aandachtspunten voor verbetering van de algehele dienstverlening waren: de vindbaarheid van de juiste weg/personen (door 34%), de snelheid waarmee vragen en/of verzoeken worden beantwoord (29%) en de bereikbaarheid van de medewerkers van de gemeente (26%). Door 17% is de digitale dienstverlening als aandachtspunt voor verbetering aangevinkt.
- In 2024 gaf 15% van de bedrijven en instellingen aan dat ze in de voorgaande twee jaar ‘een paar keer’ of ‘regelmatig’ contact hadden gehad met een gemeentelijke accountmanager bedrijven. Het rapportcijfer voor de dienstverlening van de accountmanager was het hoogst bij de bedrijven, die regelmatig contact hadden gehad (8,2 tegenover 7,7 voor de bedrijven, die een paar keer contact hadden gehad).
