Samenvatting brede welvaart
Inleiding
In dit deel van de samenvatting vindt u een overzicht van informatie uit de Stads- en Wijkmonitor, die zicht geeft op de brede welvaart in Nijmegen.
Landelijk en lokaal is er de afgelopen jaren steeds meer aandacht voor het breder meten van welvaart. Mogelijk kan daar dan ook beter op gestuurd worden, zo is de gedachte. Brede welvaart staat voor zaken die van belang zijn voor de kwaliteit van leven. Door verschillende instanties worden er allerlei onderwerpen onder het begrip brede welvaart geschaard. Wij zijn grotendeels uitgegaan van de brede welvaart thema’s, die het CBS in de Regionale Monitor Brede Welvaart onderscheidt. We beschrijven hieronder kort de stand van zaken en ontwikkelingen voor de volgende negen thema’s:
- Welzijn
- Materiële welvaart
- Gezondheid
- Werk en opleiding
- Vrije tijd
- Wonen
- Contact met de samenleving, sociale cohesie
- Veiligheid
- Natuur en milieu
Zoals altijd hebben we Nijmegen vergeleken met een aantal benchmarksteden. Het gaat om zeven kennissteden (studentensteden) met tussen de 125.000 en 250.000 inwoners (Eindhoven, Enschede, Groningen, Leiden, Maastricht, Nijmegen en Tilburg) en Arnhem (stad van vergelijkbare omvang nabij Nijmegen). Wanneer hieronder gesproken wordt over het gemiddelde voor de benchmarksteden, zijn de gegevens van Nijmegen inbegrepen.
Welzijn
- Na de daling tijdens de coronapandemie van het percentage Nijmegenaren dat tevreden is over het leven dat men leidt, zien we in 2024 weer een stijging (naar 83%). Nijmegen scoort op dit door het CBS gemeten onderwerp ongeveer gelijk aan het gemiddelde voor de benchmarksteden. Cijfers uit de Gezondheidsmonitor volwassenen van de GGD laten een soortgelijke stijging zien: in 2024 voelde 73% van de Nijmegenaren zich in de voorgaande vier weken vaak tot voortdurend gelukkig, tegenover 70% in 2022. Het aandeel dat het eens is met de stelling “mijn leven heeft betekenis en doel” bleef ongeveer gelijk: 73% in 2022 en 74% in 2024 (was 80% in 2020).

Figuur: Percentage volwassenen dat tevreden is over het leven dat men leidt. Bron: Regionale Monitor Brede Welvaart 2025, CBS.
- In onze Burgerpeiling meten we een stabiel beeld ten aanzien van ervaren geluk. Het gemiddelde rapportcijfer voor hoe gelukkig bewoners zich voelen ligt in 2025 op 7,6; 5% geeft een onvoldoende. Sinds 2019, de eerste keer dat we in de Burgerpeiling naar ervaren geluk vroegen, is dit cijfer niet veranderd. Personen met een lagere sociaaleconomische positie geven gemiddeld een lager rapportcijfer voor hoe gelukkig ze zich voelen (7,3) en geven vaker dan gemiddeld aan niet goed voor zichzelf te kunnen zorgen (7% versus 2% gemiddeld).
- In 2024 heeft de GGD onder 16- t/m 25-jarigen een Gezondheidsmonitor jongvolwassenen uitgevoerd. Daaruit bleek dat de jongvolwassenen op diverse punten slechter scoorden dan de volwassenen. Zo voelde 60% van de jongvolwassenen zich in de laatste vier weken vaak tot voortdurend gelukkig, tegenover 73% van de volwassenen. De helft gaf aan zich (heel) vaak gestrest te voelen, terwijl van de volwassenen een kwart in de laatste vier weken veel stress had gehad. Twee derde van de jongvolwassenen gaf aan regelmatig of vaak prestatiedruk vanuit zichzelf of vanuit anderen te ervaren. Een op de zeven jongvolwassenen had weinig tot geen vertrouwen in de eigen toekomst. En een grote groep jongvolwassenen maakte zich veel zorgen, met name over de woningmarkt (68%), de stijgende prijzen (62%) en het klimaat (48%).
- De meting in 2021 in het kader van de Gezondheidsmonitor jeugd (GGD) onder middelbare scholieren liet duidelijk de effecten van de coronapandemie zien. In vergelijking met 2019 voelden minder jongeren zich meestal gelukkig (76% versus 84% in 2019). In 2023 zagen we enig herstel: 79% voelde zich meestal gelukkig. Negatief was dat het percentage dat zich vaak gestrest voelde steeg van 44% in 2019 naar 53% in 2023. Door 38% werd regelmatig of vaak prestatiedruk gevoeld. Ook steeg het percentage dat risico loopt op problematisch gebruik van sociale media (van 7% in 2019 naar 11% in 2021 en 2023).
- Bij de meting in 2021 in het kader van de Kindermonitor (onderzoek van de GGD onder ouders over hun 0- tot 12-jarige kinderen) gaven de meeste ouders aan dat hun kind meestal blij is (96%), net als bij de meting daarvoor in 2017. Bij 12% van de ouders leek er opvoedingsproblematiek te spelen die behandeling verdiende. Bij 0- tot 4-jarigen gingen de zorgen vooral over eten en slapen, bij 4- tot 12-jarigen over (faal)angst, sociale media en gamen. De cijfers van de Kindermonitormeting in 2025 zijn bij het afronden van de Stads- en Wijkmonitor 2026 nog niet gepubliceerd.
Materiële welvaart
- In 2024 hebben het CBS, het SCP en het Nibud gezamenlijk een nieuwe methode ontwikkeld om armoede te meten. Bij het bepalen van de nieuwe armoedegrens is rekening gehouden met alle minimale levensbehoeften, inclusief sociale participatie. Ook is er meegerekend of mensen met spaargeld of ander bezit tijdelijk een te laag inkomen kunnen opvangen. Volgens die nieuwe methode leefde in 2024 4,2% van de Nijmegenaren in armoede (versus 10,3% in 2018). Het gemiddelde voor de benchmarksteden ligt een fractie hoger: 4,6%. De sterke daling in 2022 en 2023 is het effect van de inkomensmaatregelen die landelijk en lokaal genomen werden om de gevolgen van de energiecrisis en inflatie te verzachten, zoals de verhoging van het minimumloon en de uitkeringen en de energietoeslag. In 2024 zien we een lichte stijging door het wegvallen van de energietoeslag. Het percentage personen, dat langdurig (minstens 3 jaar op een rij) in armoede leeft, daalde van 3,5% in 2020 naar 0,9% in 2024. Uit de Burgerpeiling 2025 blijkt dat de financiële situatie bij 4% van de huishoudens slecht is (tegenover 6% in 2017). En bij de Gezondheidsmonitor volwassenen 2024 gaf 5% aan financiële problemen te hebben (tegenover 6% in 2020). Van alle volwassenen heeft 22% geen 1.000 euro achter de hand voor onverwachte noodzakelijke uitgaven.

Figuur: Percentage personen in armoede. Bron: CBS-statline.
- Kijken we naar een wat hogere inkomensgrens, dan zien we dat ook het aantal huishoudens met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum daalde: van 22,4% in 2018 (17.500 huishoudens, exclusief studentenhuishoudens) naar 19,4% in 2024 (16.500 huishoudens, exclusief studentenhuishoudens). Van alle zelfstandig wonende huishoudens in Nijmegen maakt ongeveer 19% in 1 jaar tijd gebruik van een of meer gemeentelijke regelingen voor inkomensondersteuning.
- Uit de Gezondheidsmonitoren volwassenen 2024 van de GGD blijkt dat 18-34-jarigen vaker enige of grote moeite met rondkomen hebben (17% tegenover gemiddeld 13%) en ouderen minder vaak (7% van de 65-74-jarigen en 4% van de 75-plussers). De Gezondheidsmonitor jongvolwassenen 2024 van de GGD liet zien dat 31% van 16-25-jarigen moeite heeft om alles te betalen wat er betaald moet worden.
- Van alle zelfstandige wonende huishoudens in Nijmegen maakte zo'n 18% in 2023 het gebruik van een of meer gemeentelijke regelingen voor inkomensondersteuning. Door het bestaan van de energietoeslag in 2022 en 2023 is dit percentage in deze jaren iets hoger dan in de jaren daarvoor (15-16%).
- Begin 2026 ligt het aantal bijstandsuitkeringen op ongeveer 7.000. Sinds de zomer van 2024 is dit aantal niet sterk veranderd. In drie van de benchmarksteden ligt het aantal bijstandsuitkeringen naar verhouding hoger (Arnhem, Groningen en Enschede) en in vier lager (Tilburg, Maastricht, Eindhoven en Leiden).
- Het CBS berekent op basis van verschillende registraties het percentage huishoudens met geregistreerde problematische schulden. Begin 2025 ging het in Nijmegen om 7% van de huishoudens (tegenover 7,7% begin 2024). Dat is iets lager dan gemiddeld in de benchmarksteden (8,4%).
- Bij de Gezondheidsmonitor jongvolwassenen 2024 gaf 10% van de 16-25-jarigen aan schulden (anders dan studieschuld of hypotheek) te hebben.
- Bureau Schuldhulpverlening richt zich vooral op meer zelfredzame huishoudens met regelbare schulden, met als doel die schulden af te gaan betalen. Het aantal aanmeldingen bij Bureau Schuldhulpverlening schommelt de laatste 6 jaar tussen 250 en 300. Daarvoor lag het jaarlijks aantal aanmeldingen hoger (ruim 400).
- Wanneer huishoudens niet in staat zijn hun eigen financiële zaken te regelen, kan de rechter beschermingsbewind instellen. Als iemand zelf over onvoldoende inkomsten beschikt om hiervoor te betalen, vergoedt de gemeente dat via de bijzondere bijstand. In 2025 was dit bij ongeveer 2.400 huishoudens aan de orde. Dit cijfer is de laatste jaren redelijk stabiel.
Gezondheid
- De in het najaar van 2025 gehouden Burgerpeiling laat zien dat 77% van de Nijmegenaren (16+) de eigen gezondheid goed of zeer goed vindt. Sinds 2017 is dit percentage weinig veranderd, ook niet tijdens de coronapandemie. Personen met een lagere sociaaleconomische positie beoordelen hun eigen gezondheid vaker dan gemiddeld als ‘matig’ of ’slecht’ (19% versus 8% gemiddeld).
- De Gezondheidsmonitor volwassenen (GGD) liet een verslechtering van het algemene gezondheidsgevoel zien tijdens de coronaperiode en daarna weer een verbetering. In 2024 gaf 73,5% aan zich goed gezond te voelen. Een derde van de volwassen Nijmegenaren heeft één of meer langdurige ziekten of aandoeningen.

Figuur: Percentage volwassenen dat zich goed gezond voelt. Bron: Regionale Monitor Brede Welvaart 2025, CBS (Gezondheidsmonitor volwassenen 2024, GGD).
- Ook het aantal mensen met een hoog risico op een angststoornis of depressie nam in de coronaperiode toe (8% in 2020 en 11% in 2022) en lag in 2024 weer iets lager (10%). Van de volwassenen had 52% in de voorgaande 4 weken angst- of depressiegevoelens (versus 54% in 2022).
- De cijfers over de ervaren gezondheid en de mentale gezondheid van de Nijmeegse volwassenen liggen dicht in de buurt van het gemiddelde voor de benchmarksteden.
- In 2024 heeft de GGD onder 16- t/m 25-jarigen een Gezondheidsmonitor jongvolwassenen uitgevoerd. Daaruit bleek dat de jongvolwassenen op diverse punten slechter scoorden dan de volwassenen. Zo gaf 26% van de 16-25-jarigen aan dat ze er de laatste 12 maanden een enkele keer tot vaak serieus over gedacht hadden om een eind aan het leven te maken, tegenover 13% van de volwassenen. Verder had 85% van de 16-25-jarigen in de voorgaande vier weken angst- of depressiegevoelens, tegenover 52% van de volwassenen.
- Bij de Gezondheidsmonitor volwassenen 2024 (GGD) gaf 16% aan te roken. Daarmee is er een einde gekomen aan de dalende trend (van 26% in 2012 naar 15% in 2022). Daarentegen nam het percentage dat vapet sterk toe: van 2% in 2020 naar 7% in 2024. Deels is er een overlap tussen rokers en vapers: van alle volwassenen rookt of vapet 19%. Van de 18-64-jarigen gebruikte 23% in laatste 12 maanden 1 of meer soorten drugs: 14% cannabis, 12% XTC, 8% een designerdrug, 5% cocaïne en 4% amfetamine; 11% gebruikte in laatste 4 weken 1 of meer soorten drugs: 7% cannabis, 3% een designerdrug, 2% XTC, 2% cocaïne en 1% amfetamine. Het percentage overmatige drinkers (> 7 glazen per week voor vrouwen en > 14 glazen per week voor mannen) lag in 2024 lager (17%) dan bij de voorgaande metingen (tussen de 20 en 22% in de periode 2016-2022). Het aandeel dat voldoet aan de richtlijn voor alcoholgebruik (niet drinken of maximaal 1 glas per dag) laat een stijgende trend zien: van 32% in 2012 naar 40% in 2024.
- Het aandeel volwassenen dat voldoet aan de beweegrichtlijnen (minstens 2,5 uur per week matig intensieve inspanning verspreid over diverse dagen verrichten, zoals wandelen en fietsen, en minstens tweemaal per week spier- en botversterkende activiteiten verrichten) is sinds 2020 ongeveer gelijk gebleven (54%); in 2016 lag dit percentage hoger (59%). De Burgerpeiling én de Gezondheidsmonitor volwassenen laten zien dat het aandeel dat wekelijks sport wel gestegen is (Burgerpeiling: van 65% in 2019 naar 69% in 2025; Gezondheidsmonitor volwassenen: van 59% in 2020 naar 65% in 2024).
- Het aandeel volwassenen met overgewicht is sinds 2012 niet sterk veranderd: 40% van de volwassen Nijmegenaren heeft overgewicht. Dat is een lager percentage dan gemiddeld in de benchmarksteden (45%). Ook het percentage met ernstig overgewicht is in Nijmegen lager (11% in 2022 versus gemiddeld 14% in de benchmarksteden).
- Uit CBS-cijfers blijkt dat de gemiddelde levensverwachting in Nijmegen (80,2) ongeveer gelijk is aan de gemiddelde levensverwachting in de benchmarksteden (80,4).
- De meting in 2021 in het kader van de Gezondheidsmonitor jeugd (GGD) onder middelbare scholieren liet duidelijk de effecten van de coronapandemie zien. In vergelijking met 2019 voelden minder jongeren zich goed gezond (78% versus 85% in 2019). In 2023 zagen we herstel: 82% voelde zich goed gezond. Ook nam het aandeel met matige of ernstige psychische klachten af van 13% in 2021 naar 9% in 2023. Er zijn ook negatieve ontwikkelingen: de toename van het vapen, de afname van het dagelijks ontbijten, de toename van stressgevoelens, de afname van schoolplezier en de toename van problematisch gebruik van sociale media. Positief is dat het aandeel frequente sporters onder de Nijmeegse jongeren gestegen is. Een minderheid van 10% gaf in 2023 aan in de vrije tijd niet wekelijks actief aan het bewegen te zijn, tegenover 13% in 2019. Voor roken, cannabisgebruik en alcoholgebruik zijn de cijfers vrij stabiel.
- De meting in 2021 in het kader van de Kindermonitor (onderzoek van de GGD onder ouders over hun 0- tot 12-jarige kinderen) liet minder sterk dan de Gezondheidsmonitor jeugd effecten van de coronapandemie zien. Een ruime meerderheid van de ouders (97%) vindt de gezondheid van hun kind goed. Het percentage kinderen met een verhoogd risico op psychosociale problemen is na een dalende trend weer iets gestegen (van 7% in 2019 naar 9% in 2021). Door corona hebben iets meer kinderen last gekregen van mentale problemen, maar het gaat om kleine percentages. Bijna 11% van de kinderen beweegt weinig: 8% is matig actief (beweegt 3 tot 5 uur per week) en 2,5% inactief (beweegt minder dat 3 uur per week). De cijfers van de Kindermonitormeting in 2025 zijn bij het afronden van de Stads- en Wijkmonitor 2026 nog niet gepubliceerd.
- Bij mensen met een lagere sociaaleconomische positie en mavo/vmbo/mbo niveau 1-opgeleiden zijn de uitkomsten met betrekking tot de gezondheid over het algemeen minder gunstig. Gegevens uit de Burgerpeiling en de GGD-onderzoeken laten bijvoorbeeld zien dat personen met een lagere sociaaleconomische positie zich minder vaak goed gezond voelen en dat het bij mavo/vmbo/mbo niveau 1-opgeleide volwassenen, hun kinderen en vmbo basis en kader leerlingen meer voorkomt dat ze weinig sporten en bewegen.
Werk en opleiding
- De beroepsbevolking in Nijmegen (het aantal mensen van 15 tot 75 jaar dat werk heeft of wil werken) stijgt al jaren, tot 114.000 in 2025. Dat komt door de groei van het aantal inwoners en ook door de groei van het aandeel werkenden onder de 15- tot 75-jarigen. Dit is gestegen van 66% in 2016 naar 73% in 2025.
- De Nijmeegse beroepsbevolking is wat jonger dan gemiddeld in Nederland, maar het opvallendste kenmerk is het hoge opleidingsniveau: in Nijmegen is bijna 60% van de beroepsbevolking hoog opgeleid (hbo of wo), tegenover ruim 40% in Nederland.
- Het CBS berekent het werkloosheidspercentage. Daarbij wordt gekeken naar hoeveel personen van 15 tot 75 jaar, die recent naar werk hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar zijn, geen werk hebben. In Nijmegen daalde dit percentage van 10% in 2013 naar 5% in 2019. Daarna was er in de coronajaren sprake van een stijging naar 5,6% in 2021, gevolgd door weer een daling. In 2025 ligt het percentage op 4,5%. De ontwikkeling van de werkloosheid in Nijmegen sluit nauw aan op het gemiddelde beeld voor de benchmarksteden.

Figuur: Werkloosheidspercentage. Bron: CBS-Statline.
- Het CBS berekent het percentage van de bevolking van 15 tot 75 jaar met een startkwalificatie: een diploma op mbo 2-, 3- of 4-, havo-, vwo-, hbo- of wo-niveau. In Nijmegen is dat percentage gestegen van 75% in 2013 naar 80,5% in 2024. Dat is hoger dan gemiddeld in de benchmarksteden (77,5% in 2024). Binnen de beroepsbevolking (het aantal mensen van 15 tot 75 jaar dat werk heeft of wil werken) is het aandeel met een startkwalificatie hoger (84%) dan onder de totale groep 15- tot 75-jarigen (80,5%). Cijfers door de jaren heen laten zien dat mensen zonder startkwalificatie vaker geen werk hebben.
- Wanneer een leerling (tot 23 jaar) stopt met school zonder dat hij of zij een startkwalificatie voor de arbeidsmarkt heeft, is er sprake van "voortijdig school verlaten" (VSV). In het schooljaar 24/25 verlieten in Nijmegen 253 leerlingen voortijdig het onderwijs (2,4%). Dat is minder dan in de drie jaren daarvoor. De meeste VSV’ers zijn te vinden in het mbo; in het voorgezet onderwijs is de uitval beperkt. Een jaar na de uitval blijkt ongeveer de helft weer naar school te gaan of aan het werk te zijn.
- Naar schatting heeft 18% van de 16- tot 75-jarige Nijmegenaren beperkte vaardigheden op lees- en/of rekengebied. Dat is wat lager is dan het landelijk gemiddelde (22%), omdat de Nijmeegse bevolking relatief gezien veel jonge en hoogopgeleide mensen bevat.
Vrije tijd
Tevredenheid over vrije tijd
- Uit cijfers van het CBS blijkt dat in 2024 76% van de volwassen Nijmegenaren tevreden is over de hoeveelheid vrije tijd die men heeft. Dat is ongeveer gelijk aan het gemiddelde voor de benchmarksteden. Voor de coronapandemie lag dit percentage wat lager (tussen 71 en 73%).

Figuur: Percentage tevreden over hoeveelheid vrije tijd. Bron: Regionale Monitor Brede Welvaart 2025, CBS.
Cultuurdeelname
- Na de coronapandemie bezoeken weer veel Nijmegenaren culturele voorstellingen: 84% in 2023 versus 87% in 2019; 68% van de Nijmegenaren bezoekt in Nijmegen filmvoorstellingen, 49% concerten, 38% theatervoorstellingen en 34% optredens van DJ’s.
- 69% van de Nijmegenaren bezoekt 1 of meer van de gesubsidieerde podia in Nijmegen (versus 70% in 2019). LUX heeft het grootste bereik, dat wel wat afnam (44%), gevolgd door Doornroosje (35%), de Stadsschouwburg (34%), De Vereeniging (30%) en het theater van De Lindenberg (18%).
- Bij de Burgerpeiling 2025 geeft 26% aan maandelijks of wekelijks gebruik te maken van de bibliotheek en 20% minder vaak. In vergelijking met 2023 is dat een duidelijke stijging (20% ‘maandelijks of wekelijks’ en 15% ‘minder vaak’). Daarbij zou de iets gewijzigde toelichting bij de vraag over het bezoeken van de bibliotheek een rol kunnen spelen. In die toelichting is wat uitgebreider aangegeven wat je er zoal kunt doen (bijvoorbeeld boeken lenen, er gaan lezen of studeren, hulp krijgen bij digitale zaken of de Nederlandse taal en een evenement bezoeken).
- In 2023 besteedt 47% van de Nijmegenaren een deel van de vrije tijd aan kunstzinnige activiteiten, net als in 2019.
Sportdeelname
- Bij de Burgerpeiling 2025 geeft 69% van de Nijmegenaren vanaf 16 jaar aan wekelijks te sporten. Dit percentage is sinds 2021 weinig veranderd. In de jaren voor de coronapandemie lag dit percentage lager (65%). In de coronatijd nam het ongeorganiseerde sporten (wandelen, fietsen, wielrennen/mountainbiken) toe; daarna nam dit weer wat af. Voor het sporten bij andere sportaanbieders (anders dan sportverenigingen) is dat andersom: een afname in de coronatijd en een flinke stijging daarna. Ook het sporten bij verenigingen lijkt in de lift te zitten.
- Bij de Burgerpeiling 2025 geeft 28% van de Nijmegenaren vanaf 16 jaar aan lid te zijn van een sportvereniging. Dat is meer dan in de periode 2013-2023 (tussen de 24 en 26%). Registratiecijfers van NOC*NSF laten zien dat in 2024 22,9% van de Nijmegenaren lid was van een bij een sportbond aangesloten vereniging. Dit percentage is sinds 2018 ongeveer gelijk gebleven, met uitzondering van 2021 toen het wat hoger lag (23,6%). Die 22,9% is hoger dan het gemiddelde voor de benchmarksteden (21%). In vergelijking met de benchmarksteden zijn Nijmegenaren relatief veel lid van een vereniging binnen de volgende sporttakken: voetbal, tennis, hockey en turnen/gymnastiek. Nijmegenaren zijn minder vaak lid van een golfclub en een zwemvereniging.
- In 2025 geeft 39% van de Nijmegenaren vanaf 16 jaar aan dat ze sport beoefenen bij andere sportaanbieders (anders dan sportverenigingen). Dat is een duidelijke stijging ten opzichte van eerdere metingen (32% in 2023 en 33% in 2019).
- Uit metingen in het kader van de Gezondheidsmonitor volwassenen (GGD) blijkt dat het percentage volwassenen dat wekelijks sport in Nijmegen hoger is dan gemiddeld in de benchmarksteden.
- Niet alle mensen die wekelijks sporten voldoen aan de beweegrichtlijnen (personen vanaf 18 jaar dienen minstens 2,5 uur per week matig intensieve inspanning te verrichten verspreid over diverse dagen, zoals wandelen en fietsen, en minstens tweemaal per week spier- en botversterkende activiteiten te verrichten). Het aandeel volwassenen dat voldoet aan de beweegrichtlijnen is sinds 2020 ongeveer gelijk gebleven (54%); in 2016 lag dit percentage hoger (59%).
- De meting in 2023 in het kader van de Gezondheidsmonitor jeugd (GGD) laat een stijging zien van het aandeel frequente sporters onder de Nijmeegse jongeren; 79% van de middelbare scholieren geeft aan wekelijks bij een vereniging of sportschool te sporten (versus 76% in 2019) en 75% geeft aan wekelijks op een andere manier - buiten verenigingen en sportscholen om - aan sporten en bewegen te doen (versus 66% in 2019).
Sport- en beweegvoorzieningen
- In 2025 is 69% van de volwassen Nijmegenaren tevreden over het sport- en beweegaanbod in de buurt; 8% is er niet tevreden over. Sinds 2017 zijn die percentages nauwelijks veranderd.
- In 2023 geeft een beperkt deel van de middelbare scholieren aan ontevreden te zijn over de mogelijkheden in de buurt om bij een vereniging of sportschool te sporten (4% versus 5% in 2019) en om zelf buiten te sporten (7% versus 6% in 2019).
- In 2021 geeft 8% van de ouders aan dat ze in de woonbuurt sportvoorzieningen voor hun kinderen tot 12 jaar missen. In 2017 was dat eveneens 8%, versus 11% in 2013 en 14% in 2009. Het aandeel ouders, dat veilige speelplekken mist, is gedaald van 27% in 2009 naar 11% in 2021. De uitkomsten voor 2025 (Kindermonitor 2025 van de GGD) zijn bij het afronden van de Stads- en Wijkmonitor 2026 nog niet beschikbaar.
Wonen
Woningen
- CBS-cijfers laten zien dat in 2024 83% van de huishoudens in Nijmegen tevreden was met hun woning. Dat is meer dan gemiddeld in de benchmarksteden (79%).

Figuur: Percentage huishoudens tevreden over huidige woning. Bron: Regionale Monitor Brede Welvaart 2025, CBS.
- Volgens ABF is er in de woningmarktregio Nijmegen een relatief hoog woningtekort. Met een tekort van 6,1% behoort deze regio in 2025 tot de top van Nederland, na onder meer Amsterdam, Ede, Utrecht en Den Haag. Landelijk is het woningtekort in 2025 4,8%. In de komende paar jaar neemt het percentage woningtekort naar verwachting enigszins af. Daarna kan het tekort in onze regio en in Nederland als geheel verder gaan dalen. Het tekort zorgt voor druk op de koop- en huurmarkt.
- Door de krappe markt voor bestaande koopwoningen is de gemiddelde verkoopprijs verder gestegen tot gemiddeld 454.000 euro in 2025. Het aandeel dat boven de vraagprijs is verkocht bedraagt 76% in het derde kwartaal van 2025. De doorsnee verkooptijd ligt al sinds 2018 op minder dan 1 maand.
- Ook blijft het moeilijk om een sociale huurwoning te vinden. Dat geldt nog steeds sterker voor starters dan voor doorstromers. Wie reageert op een woning had in 2025 een kans van 3,1% op succes. Dat is ongeveer 1 toewijzing op 32 actieve woningzoekenden op de wachtlijst. Voor starters lag de slaagkans in 2025 op 2,9%; doorstromers hadden met 3,8% wat meer succes bij hun reacties op huurwoningen. De totale slaagkans loopt de laatste 10 jaar duidelijk terug. In 2014 bedroeg de gemiddelde slaagkans op sociale huurwoningen nog 12%.
De zoektijden liggen rond 1,8 jaar bij zowel starters als doorstromers. Deze zoektijden laten zien hoe lang mensen intensief en aaneengesloten gezocht hebben tot het moment dat zij een nieuwe woning toegewezen krijgen. De gemiddelde zoektijd is in de laatste 10 jaar opgelopen van 1,4 naar 1,8 jaar. In 2025 werden ruim 1.800 corporatiewoningen aan huurders toegewezen. Dat is in de buurt van het langjarig gemiddelde. - Het verschil tussen de woonvraag van hbo/wo-studenten en het Nijmeegse studentenhuisvestingsaanbod laat voor 2025 een tekort zien van ongeveer 1.600 wooneenheden.
- De laatste jaren zien we dat investeerders minder bestaande woningen aankopen en vaker woningen verkopen. Na een periode van toename van het aandeel van de woningvoorraad in bezit van investeerders, is dat aandeel sinds begin 2023 gestabiliseerd en na 2024 licht gedaald (tot 11,6% begin 2026). Tegelijk is het aandeel starters bij het aankopen van bestaande koopwoningen toegenomen, van ongeveer 34% van de transacties in 2018-2020 naar ruim 47% in de periode 2021-2025. In 2025 ging de helft van de verkochte bestaande koopwoningen naar koopstarters.
Oordeel over buurt
- CBS-cijfers laten zien dat in 2024 81% van de huishoudens in Nijmegen tevreden was over hun buurt/woonomgeving. Dat is iets meer dan gemiddeld in de benchmarksteden (79%).

Figuur: Percentage huishoudens tevreden over huidige buurt/woonomgeving. Bron: Regionale Monitor Brede Welvaart 2025, CBS.
- Bij de Burgerpeiling najaar 2025 waarderen de bewoners hun woonbuurt gemiddeld met het rapportcijfer 7,6. Sinds 2017 ligt dit rapportcijfer steeds op een 7,5 of 7,6. Het aandeel bewoners dat de buurt achteruit zag gaan, steeg van 17% in 2017 naar 23% in 2023, maar nam in 2025 weer iets af (22%). Het aandeel dat de buurt vooruit zag gaan, daalde van 17% in 2017 naar 12% in 2023 en nam in 2025 weer wat toe (14%).
- De Veiligheidsmonitor 2025 laat zien dat het rapportcijfer van Nijmegenaren voor de woonbuurt hoger is (7,7) dan het gemiddelde voor de benchmarksteden (7,5).
- In geen enkele woonwijk is het gemiddelde rapportcijfer van de bewoners voor de buurt onvoldoende. De rapportcijfers voor de afzonderlijke wijken liggen tussen de 6,6 en 8,3. Wijken, die naar verhouding een hoog rapportcijfer krijgen, liggen veelal in Nijmegen-Oost, Nijmegen-Midden en Nijmegen-Noord. Wijken, die naar verhouding een laag rapportcijfer krijgen, liggen veelal in Dukenburg en Lindenholt.
- Bij de Burgerpeiling 2025 geven relatief veel bewoners van de stadsdelen Nijmegen-Centrum, Dukenburg en Lindenholt aan dat de buurt waarin ze wonen het voorgaande jaar achteruit is gegaan. Ook in de wijken Grootstal en Bottendaal is dit het geval. Aan de andere kant geven relatief veel bewoners van de stadsdelen Nijmegen-Oud-West en Nijmegen-Noord en de wijk Nije Veld aan dat de buurt in het voorgaande jaar vooruit is gegaan.
- De landelijke Leefbaarometer geeft een modelmatige schatting van de leefbaarheid in deelgebieden binnen gemeenten op basis van kenmerken van de woonomgeving binnen vijf dimensies: woningvoorraad, fysieke omgeving, voorzieningen, sociale samenhang en overlast en onveiligheid. De Leefbaarometer laat zien in welke kleinere deelgebieden in de Nijmegen (kleiner dan wijken) de leefbaarheid mogelijk meer onder druk staat. Binnen acht Nijmeegse wijken zijn er meer deelgebieden waarvoor dat geldt: vier wijken in Dukenburg (Tolhuis, Zwanenveld, Meijhorst en Lankforst) en twee wijken in Lindenholt (’t Acker en De Kamp) en de wijken Neerbosch-Oost en Hatert.
- In de lijst van belangrijkste buurtproblemen volgens bewoners is de top 3 najaar 2025 hetzelfde als in 2021 en 2023: 1. rommel/zwerfvuil, 2. onvoldoende parkeerplaatsen/parkeeroverlast en 3. hardrijdend verkeer/verkeerveiligheid. Jongerenoverlast is naar de vierde plaats gestegen en onderhoud van voetpaden naar de vijfde plaats.

Figuur: Top 10 ‘met voorrang aan te pakken buurtproblemen’. Bron: Burgerpeiling, O&S.
- In 2025 is 84% van de volwassenen tevreden over de aanwezigheid in de buurt van winkels voor dagelijkse boodschappen; 6% is hier ontevreden over. De rest heeft er geen uitgesproken mening over. Dat is een gunstiger resultaat dan bij de metingen in de periode vanaf 2019 (79% tevreden en 11% ontevreden). In Nijmegen-Noord is de tevredenheid hierover heel sterk toegenomen.
- In 2025 is 77% van de volwassenen tevreden over het openbaar vervoer in de buurt; 6% is er ontevreden over. De rest heeft er geen uitgesproken mening over. Het CBS brengt de gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot de dichtstbijzijnde OV-halte in beeld, berekend over het fietsnetwerk. Zowel in Nijmegen als gemiddeld in de benchmarksteden is dat in 2024 0,3 km.
- Het CBS brengt ook de gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot de dichtstbijzijnde basisschool in beeld, berekend over de weg. Zowel in Nijmegen als gemiddeld in de benchmarksteden is dat in 2024 0,7 km.

Figuur: Gemiddelde rapportcijfers voor de woonbuurt en voor de stad. Bron: Burgerpeiling, O&S.
Oordeel over stad
- Bij de Burgerpeiling najaar 2025 geven de Nijmegenaren een hoog gemiddeld rapportcijfer voor de stad (7,8). Sinds 2017 ligt dit rapportcijfer steeds op een 7,7 of 7,8. Het aandeel Nijmegenaren dat de stad vooruit zag gaan, daalde van 36% in 2017 naar 20% in 2023, maar nam in 2025 weer wat toe (22%). Het percentage dat de stad achteruit zag gaan, nam toe van 11% in 2017 naar 22% in 2025. De meest genoemde zaken bij vooruitgang zijn: meer groen/verbetering van de groenvoorzieningen en de nieuwbouw. De meest genoemde zaken bij achteruitgang zijn meer overlast van dakloze mensen en meer rommel/zwerfvuil.
- Najaar 2025 is de overlast van dakloze mensen gestegen naar de eerste plaats op de ranglijst van met voorrang aan te pakken stadsproblemen volgens Nijmegenaren. Het woningtekort, dat in 2021 en 2023 bovenaan stond, staat nu tweede op de ranglijst. Rommel en zwerfvuil is gestegen naar plek drie. En op vier vinden we het drukke verkeer en de trage verkeersdoorstroming.

Figuur: Top 10 ‘met voorrang aan te pakken stadsproblemen’. Bron: Burgerpeiling, O&S.
Contact met de samenleving, sociale cohesie
- Uit cijfers van het CBS blijkt dat in 2024 79% van de volwassen Nijmegenaren tevreden is met hun sociale leven. Dat is in de buurt van het gemiddelde voor de benchmarksteden (77,6%). In de coronatijd was dit aandeel iets lager (77%).

Figuur: Percentage volwassenen tevreden met hun sociale leven. Bron: Regionale Monitor Brede Welvaart 2025, CBS.
- CBS-cijfers laten verder zien dat in 2024 73% van de Nijmegenaren van 15 jaar en ouder minstens eenmaal per week contact heeft met familie, vrienden of buren. Dit percentage is de afgelopen tien jaar weinig veranderd. Voor de benchmarksteden is dat gemiddeld 71%.
- Op basis van vier stellingen in de Burgerpeiling berekenen we een score voor het sociale klimaat in de buurt: de mensen kennen elkaar in de buurt nauwelijks, de mensen gaan in de buurt op een prettige manier met elkaar om, ik woon in een gezellige buurt waar veel saamhorigheid is en ik voel me thuis bij de mensen die in de buurt wonen. De score ligt in 2025 gemiddeld op 5,8 en is sinds 2015 behoorlijk stabiel. Wel zijn er aanzienlijke verschillen tussen de stadsdelen. Net als bij voorgaande metingen scoren Nijmegen-Noord (6,5) en Nijmegen-Oost (6,4) het hoogst en scoort Nijmegen-Centrum het laagst (4,5). Ook Lindenholt (5,4) en Dukenburg (5,5) scoren relatief laag. Het CBS berekent een soortgelijke score op basis van de Veiligheidsmonitor. Voor Nijmegen komt die iets hoger uit (6,2) dan gemiddeld voor de benchmarksteden (6,0).
- In 2025 is 35% van de volwassenen tevreden over de aanwezigheid in de buurt van plekken waar buurtbewoners elkaar kunnen ontmoeten; 12% is daar ontevreden over. De rest heeft er geen uitgesproken mening over. In Dukenburg is een relatief groot deel ontevreden (21%).
- Na de toename in de coronatijd van het aantal volwassen Nijmegenaren dat zich in sterke mate eenzaam voelde (van 9% in 2020 naar 17% in 2022) zien we in 2024 een daling (13%, versus een gemiddelde van 15% voor de benchmarksteden). Bij de 16-25-jarigen ligt het aandeel dat zich sterk eenzaam voelt hoger (20%). Ook bij de middelbare scholieren zagen we in 2023 een lichte daling van eenzaamheidsgevoelens: 11% gaf aan zich in de voorgaande vier weken vaak of altijd eenzaam te voelen, tegenover 13% in 2021.
- Bij de Burgerpeiling 2025 geeft 11% van de Nijmegenaren vanaf 16 jaar aan dat men buiten werk, school of het eigen huishouden te weinig contacten met anderen heeft. Volgens de Gezondheidsmonitor volwassenen 2024 (GGD) is vijf procent van de volwassen Nijmegenaren sociaal geïsoleerd is (is eenzaam en heeft geen sociaal netwerk).
- Bij de Gezondheidsmonitor volwassenen 2024 (GGD) gaf 22% aan zich soms of vaak gediscrimineerd te voelen. Voor dit cijfer zien we een stijgende tendens sinds 2012 (13%). De meest genoemde gronden voor de gevoelde discriminatie zijn herkomst/nationaliteit, leeftijd en geslacht/genderidentiteit. De Veiligheidsmonitor laat deze stijgende trend veel minder zien: bij de meting in 2025 gaf 14% van de volwassen Nijmegenaren aan dat ze zich in de voorgaande 12 maanden wel eens gediscrimineerd hadden gevoeld, versus 12% in 2021 en 15% in 2023. Het gemiddelde voor de benchmarksteden ligt in 2025 ook op 14%. Lhbtiq+-personen rapporteren fors meer discriminatie dan gemiddeld. Bij de meting in 2024 voor de lhbtiq+ monitor gaf 69% aan zich wel eens gediscrimineerd te voelen vanwege hun seksuele oriëntatie, genderidentiteit, leeftijd of geslacht.
- In 2024 zijn lhbtiq+ inwoners vaker negatief dan positief over hoe de acceptatie van lhbtiq+ personen zich ontwikkelt. Met name over de acceptatie van genderdiversiteit is men pessimistisch. In 2022 waren deze inwoners nog overwegend positief over hoe de acceptatie van lhbtiq+ personen zich ontwikkelde. Ook zien we tussen 2019 en 2023 een scherpe afname van de acceptatie van homoseksualiteit onder middelbare scholieren.
- Bewoners spelen een belangrijke rol bij het bieden van hulp en ondersteuning aan personen en organisaties. Bij de Burgerpeiling najaar 2025 geeft een kwart van de Nijmegenaren aan dat ze zich in de vrije tijd minstens 1 keer per maand voor organisaties of verenigingen inzetten. Dat is wat meer dan in 2023 (22%) en ligt in de buurt van de metingen in de periode 2017-2021. Cijfers van het CBS laten zien dat 45% van de Nijmegenaren van 15 jaar en ouder in de voorgaande 12 maanden vrijwilligerswerk voor organisaties of verenigingen heeft verricht. Dat is ongeveer gelijk aan het gemiddelde voor de benchmarksteden (46%). Najaar 2025 geeft 13% van de Nijmegenaren aan zich als mantelzorger in te zetten en geeft 18% aan minstens 1 keer per maand hulp te bieden aan personen buiten het eigen huishouden (bijvoorbeeld oppassen op kinderen, hulp vanwege problemen of hulp bij de administratie of praktische zaken). Deze percentages zijn sinds 2017 redelijk stabiel. Verder geeft in 2025 32% aan zich voor de buurt in te zetten (organiseren van feesten, activiteiten, schoonhouden van de buurt, groenonderhoud, buurtproblemen of verbeterpunten onder de aandacht brengen). Bij de metingen in de periode 2017-2021 lag dit percentage lager (23-26%). In totaal geldt voor 58% van de Nijmegenaren dat ze zich op 1 of meer van de bovengenoemde manieren inzet. Dat is een hoger percentage dan bij de voorgaande metingen (54-55%).
- CBS-cijfers laten zien dat in 2024 75% van de Nijmegenaren van 15 jaar en ouder het eens is met stelling dat de meeste mensen over het algemeen te vertrouwen zijn, versus 69% gemiddeld in de benchmarksteden. Tien jaar geleden lag dit percentage in Nijmegen lager (66%).
Veiligheid
- Het totaal aantal geregistreerde inbraken en diefstallen - 6.400 in 2025 - is sinds 2022 niet sterk veranderd. In 2019, het jaar voor de coronapandemie, lag dat aantal hoger (6.800). De daling ten opzichte van 2019 is naar verhouding het grootst voor zakkenrollerij en woninginbraak. In 2025 is het aantal geregistreerde gevallen van inbraak en diefstal in Nijmegen (34 per 1.000 inwoners) iets hoger dan gemiddeld in de benchmarksteden (32 per 1.000 inwoners).

Figuur: Aantal geregistreerde diefstallen en inbraken per 1.000 inwoners. Bron: CBS Statline.
- Het totaal aantal geregistreerde geweldsdelicten in 2025 ligt op 1.370. Dat is 24% lager dan in 2022 (1.810) en ook lager dan in 2019, het jaar voor de coronapandemie (1.720). Het verschil heeft vooral te maken met de sterke daling van het aantal geregistreerde gevallen van huiselijk geweld. In 2025 is het aantal geregistreerde geweldsdelicten in Nijmegen (5,5 per 1.000 inwoners) iets lager dan gemiddeld in de benchmarksteden (5,9 per 1.000 inwoners).
- Gegevens over slachtofferschap uit tweejaarlijks bevolkingsonderzoek (landelijke Veiligheidsmonitor CBS) vullen de cijfers over de geregistreerde misdrijven aan, omdat in het bevolkingsonderzoek ook gevraagd wordt naar de misdrijven, waarvan geen aangifte is gedaan. Het percentage Nijmegenaren vanaf 15 jaar dat in 1 jaar tijd slachtoffer werd van 1 of meer delicten (diefstal, inbraak, geweldsdelicten, vernieling) lag in 2025 op 25% (versus gemiddeld 26% voor de benchmarksteden), net als in 2023.
- Het totaal aantal geregistreerde gevallen van overlast in 2025 ligt op 7.630. Dat ligt in de buurt van de aantallen voor 2022, 2023 en 2024. In 2019, het jaar voor de coronapandemie, was het totaal aantal geregistreerde gevallen van overlast lager (6.100). Het aantal gevallen van overlast door verwarde personen is het meest gestegen (was ruim 1.200 in 2019 en is 2.379 in 2025). Ook het aantal geregistreerde gevallen van burengerucht, drugs- en drankoverlast, overlast van dakloze mensen en jeugdoverlast is ten opzichte van 2019 gestegen; de geregistreerde geluidsoverlast is gedaald. Het aantal geregistreerde gevallen van overlast van dakloze mensen is in 2025, na de piek in 2023 en 2024, wel weer gedaald.
- De landelijke veiligheidsmonitor 2025 laat zien dat 17% van de Nijmegenaren in de buurt veel overlast ervaart van 1 of meer vormen van sociale overlast (dronken mensen op straat, verwarde personen, drugsgebruik, drugshandel, overlast door buurtbewoners, mensen die het op straat worden lastiggevallen en rondhangende jongeren). Dat is wat lager dan het gemiddelde voor de benchmarksteden (19%). Ook het vaak ervaren van overlast van agressief verkeersgedrag en te hard rijdend verkeer komt in Nijmegen wat minder dan gemiddeld in de benchmarksteden voor.
- Het totaal aantal geregistreerde gevallen van cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit ligt in 2025 op 840. Dat is lager dan in 2023 (1.100) en 2019, het jaar voor de coronapandemie (1.020). Dat verschil heeft vooral te maken met de daling sinds 2019 van het aantal geregistreerde gevallen van fraude met online handel. Bij cybercriminaliteit gaat het om feiten die worden gepleegd met ICT en gericht op ICT (bijvoorbeeld hacking en DDoS-aanvallen). Bij digitale criminaliteit gaat het om klassieke delicten die online gepleegd worden (bijvoorbeeld internetoplichting, afpersing via e-mail en phishing).
- Het percentage Nijmegenaren dat zich in de buurt vaak of soms onveilig voelt nam in de periode 2011-2019 geleidelijk af van 19 naar 15%. Daarna zien we een stijging tot 22% in 2025; 4% geeft aan zich ‘vaak’ onveilig te voelen in de woonbuurt en 18% ‘soms’. Die stijging heeft vooral te maken met toegenomen onveiligheidsgevoelens bij vrouwen. In 2019 voelde 18% van de vrouwen zich vaak of soms onveilig, in 2025 is dat 29% (6% vaak en 23% soms). Bij de mannen is de stijging veel minder: van 12% in 2019 naar 14% in 2025. Bij de vrouwen in de leeftijdscategorie 16 t/m 34 jaar komen onveiligheidsgevoelens meer voor: bij 7 ‘vaak’ en bij 29% ‘soms’. Bij mannen verschillen de onveiligheidsgevoelens minder naar leeftijd. Via de Veiligheidsmonitor 2025 is gemeten dat 3% van de Nijmegenaren zich in het algemeen vaak onveilig voelt. Dat komt overeen met het gemiddelde voor de benchmarksteden. Nijmegenaren geven gemiddeld een net iets hoger rapportcijfer voor de veiligheid in hun woonbuurt (7,3) dan gemiddelde in de benchmarksteden (7,2).
- Bij de Gezondheidsmonitor volwassenen 2024 (GGD) gaf 7% van de 65-plussers aan dat men in de voorgaande 12 maanden in de thuissituatie een vorm van ouderenmishandeling had meegemaakt. In 2020 was dat percentage gelijk en in 2016 wat lager (5%).
- In Nijmegen is de tevredenheid over het functioneren van de gemeente op het gebied van leefbaarheid en veiligheid wat groter (49% tevreden) dan in de benchmarksteden (gemiddeld 45% tevreden). Op enkele stellingen reageren bewoners positiever dan enkele jaren geleden. Zo is 58% het eens met de stelling dat de gemeente zich inzet voor de leefbaarheid en veiligheid in de buurt, versus 50% in 2021. En 45% is het eens met de stelling dat de gemeente de buurt betrekt bij de aanpak van de leefbaarheid en veiligheid in de buurt, versus 33% in 2021.
Natuur en milieu
- CBS-cijfers laten zien dat de jaarlijkse gemiddelde fijnstof emissie naar de lucht in Nijmegen in 2023 op gemiddeld 1.400 kg per vierkante kilometer lag. Dat is hoger dan gemiddeld in de benchmarksteden (1.000). Factoren van belang hierbij zijn de aan de westzijde gelegen bedrijventerreinen, de ligging aan de Waal (zware scheepvaartroute) en de ligging ten opzichte van het Ruhrgebied (meer vervuiling van over de grens). Nijmegen maakt in groter verband deel uit van een zone in midden-Nederland waar de fijnstofconcentraties het hoogst zijn. In Nijmegen en de meeste andere benchmarksteden daalden de emissies van fijnstof tot 2020 om daarna te stabiliseren. De afname is mogelijk een samenspel tussen enerzijds afnemende lokale en (inter)nationale emissies door verkeer, industrie en de energiesector, zoals bijvoorbeeld de sluiting van de Nijmeegse kolen-/biomassa-gestookte elektriciteitscentrale in 2015, en anderzijds het opkomend gebruik van houtkachels door particulieren.

Figuur: Emissies van fijnstof naar de lucht (gemiddeld aantal kg per vierkante kilometer). Bron: Regionale Monitor Brede Welvaart 2025, CBS.
- CBS-cijfers laten verder zien dat de totale broeikasgasemissies in Nijmegen in 2023 op 2,6 ton CO2-equivalent per inwoner liggen. Dat is lager dan gemiddeld in de benchmarksteden (4,1). Een mogelijke verklaring hiervoor is de strakke begrenzing van Nijmegen, waarbij veel bedrijventerreinen en grote wegen in de regio buiten de gemeentegrens zijn gelegen. In Nijmegen en alle andere benchmarksteden is er sprake van een dalende trend. Deze dalingen hebben onder meer te maken met veranderingen in de elektriciteitssector (o.a. de sluiting van kolencentrales en de inzet van hernieuwbare bronnen) en de minder koude winters.
- Uit de Burgerpeiling blijkt dat 5% van de huishoudens vaak stankoverlast ervaart (eveneens 5% in 2021 en 2023). De meest genoemde oorzaken zijn gft-containers/afvalbakken, houtkachels, barbecues/open vuren, riolering en honden-/kattenuitwerpselen. Wegverkeer en industrie/bedrijven worden minder vaak dan voorheen als reden genoemd. In Nijmegen-Nieuw-West is de ervaren stankoverlast sinds 2019 duidelijk gedaald. Bij de vorige meting werd daar als reden voor de stankoverlast vaak ‘industrie, bedrijven’ genoemd. In 2025 is dat niet meer het geval.
- Uit de Burgerpeiling 2025 blijkt dat 15% van de huishoudens vaak geluidsoverlast ervaart. Als we kijken naar de uitkomsten in de voorgaande tien jaar zien we op dit punt geen duidelijke trend. De meest genoemde oorzaken zijn geluid van wegverkeer, buren of buurtgenoten en bromfietsen, scooters of motoren. In Nijmegen-Centrum ervaren relatief veel huishoudens vaak geluidsoverlast (36%).
- Het aandeel bewoners dat regelmatig of vaak warmteoverlast in de eigen woning ervaart, steeg van 19% in 2017 naar 31% in 2023, maar is in 2025 wat gedaald (27%). In Nijmegen-Noord ervaren naar verhouding minder inwoners warmteoverlast in de woning (18%) en in Nijmegen-Centrum meer (42%).
- In 2025 vindt 75% van de Nijmegenaren Nijmegen een stad met veel groen. Dat is een wat hoger percentage dan in 2021 en 2023 en ongeveer even hoog als in 2019. Over de groenvoorzieningen in de buurt is in 2025 69% tevreden. Ook dat is een wat hoger percentage dan in 2021 en 2023 en even hoog als in 2019.
- Het aantal milieubelastende bedrijven (vergunningplichtig binnen de Wet Milieubeheer) is afgenomen van 87 in 2011 naar 36 in 2024. Deze bedrijven kunnen gevaar, schade of hinder veroorzaken waardoor voorschriften nodig zijn.
- CBS-cijfers laten zien dat het opgesteld vermogen van zonnestroominstallaties per woning (inclusief de woningen zonder zonnepanelen) in Nijmegen in 2024 op 990 watt ligt. Dat is in de buurt van het gemiddelde voor de benchmarksteden (970).
Gebiedsverschillen
Op basis van de Burgerpeiling 2025 kunnen we inzicht geven in verschillen tussen deelgebieden in de stad als het gaat om brede welvaart, want over alle negen brede welvaart thema’s zijn er in de Burgerpeiling vragen gesteld:
- Welzijn (vraag over hoe gelukkig men zich voelt).
- Materiële welvaart (vragen over inschatting eigen inkomen en financiële situatie van het huishouden).
- Gezondheid (vraag over de ervaren gezondheid).
- Werk en opleiding (vraag over of men voor minstens 11 uur per week betaald werk heeft).
- Vrije tijd (vragen over sportdeelname).
- Wonen (vraag om rapportcijfer voor woonbuurt te geven).
- Contact met de samenleving (vragen over vrijwilligerswerk en over of men voldoende contact met andere mensen heeft).
- Veiligheid (vragen over onveiligheidsbeleving).
- Natuur en milieu (vragen over stank- en geluidsoverlast en groenvoorzieningen in de buurt).
Berekend is hoeveel respondenten op minstens vier van die negen thema’s relatief ongunstig scoren. Voor Nijmegen in totaliteit gaat het om 16%. Voor de afzonderlijke wijken varieert het van 3 tot 36%.

Figuur: Percentage bewoners van 16 jaar en ouder dan op minstens vier van de negen brede welvaartsthema’s naar verhouding ongunstig scoort. Bron: Burgerpeiling 2025.
In 15 wijken scoort een bovengemiddeld percentage van de bewoners (tussen de 20 en 36%) op minstens vier brede welvaart thema’s relatief ongunstig. Tot die 15 wijken behoren 6 van de 7 wijken in Dukenburg, 3 van de 4 wijken in Nijmegen-Zuid, 2 van de 3 wijken in Lindenholt, 3 van de 5 wijken in Nijmegen-Midden en de wijk Stadscentrum.
Per stadsdeel is hieronder aangegeven voor welke brede welvaart thema’s ze naar verhouding gunstig en ongunstig scoren op basis van de Burgerpeiling 2025.
Nijmegen-Centrum
Boven het gemiddelde: ervaren gezondheid, werk, sportdeelname en voldoende contacten met andere mensen.
Onder het gemiddelde: materiële welvaart, rapportcijfer voor woonbuurt, veiligheidsgevoel, stank- en geluidsoverlast en groenvoorzieningen; voor ‘veiligheidsgevoel’ en ‘stank- en geluidsoverlast’ is het verschil met het gemiddelde beeld voor Nijmegen het grootst.
Nijmegen-Oost
Boven het gemiddelde: materiële welvaart, sportdeelname, rapportcijfer voor woonbuurt, veiligheidsgevoel, stank- en geluidsoverlast en groenvoorzieningen; voor ‘rapportcijfer voor woonbuurt’ is het verschil met het gemiddelde beeld voor Nijmegen het grootst.
Nijmegen-Oud-West
Boven het gemiddelde: werk en voldoende contacten met andere mensen.
Onder het gemiddelde: veiligheidsgevoel en groenvoorzieningen; voor ‘groenvoorzieningen’ is het verschil met het gemiddelde beeld voor Nijmegen groter dan voor ‘veiligheidsgevoel’.
Nijmegen-Nieuw-West
Boven het gemiddelde: welzijn (hoe gelukkig men zich voelt) en veiligheidsgevoel.
Nijmegen-Midden
Boven het gemiddelde: groenvoorzieningen.
Nijmegen-Zuid
Onder het gemiddelde: materiële welvaart, ervaren gezondheid, werk, sportdeelname en rapportcijfer voor woonbuurt.
Dukenburg
Onder het gemiddelde: welzijn (hoe gelukkig men zich voelt), materiële welvaart, gezondheid, werk, sportdeelname, rapportcijfer voor woonbuurt en veiligheidsgevoel; voor ‘sportdeelname’ en ‘rapportcijfer voor woonbuurt’ is het verschil met het gemiddelde beeld voor Nijmegen het grootst.
Lindenholt
Onder het gemiddelde: sportdeelname, rapportcijfer voor woonbuurt, veiligheidsgevoel en stank- en geluidsoverlast.
Nijmegen-Noord
Boven het gemiddelde: welzijn (hoe gelukkig men zich voelt), materiële welvaart, werk, rapportcijfer voor woonbuurt en veiligheidsgevoel; voor ‘materiële welvaart’, ‘werk’, ‘rapportcijfer voor woonbuurt’ en ‘veiligheidsgevoel’ is het verschil met het gemiddelde beeld voor Nijmegen groter dan voor ‘welzijn’.
Onder het gemiddelde: groenvoorzieningen.
Voor de brede welvaart analyse op basis van de Burgerpeiling kunnen we 2025 vergelijken met 2021 en 2019. Het aandeel bewoners dat op minstens vier van die negen thema’s relatief ongunstig scoort is licht toegenomen van 13,5% in 2019 naar 15,5% in 2021 en 16% in 2025. In Nijmegen-Zuid is dit aandeel het sterkst gestegen (van 14% in 2019 naar 26% in 2025). Ook in Nijmegen-Centrum is dit aandeel gestegen (van 13% in 2019 naar 20% in 2021). In Nijmegen-Nieuw-West is dit aandeel gedaald (van 17% in 2019 naar 11% in 2025).
