Thema's

Onderwijs

Kwaliteit

Van onderwijs en leerlingen wordt kwaliteit op meerdere fronten verwacht: kwaliteit op cognitief gebied (kunnen leerlingen goed lezen, schrijven, rekenen, informatie verwerken; weten scholen leerlingen op niveau te laten presteren), maar ook op sociaal gebied (zijn leerlingen zelfstandig, ondernemend, creatief). Voor lang niet al deze kwaliteiten zijn goede gegevens beschikbaar.

Veel basisscholen met makkelijke, maar ook veel met juist moeilijke leerlingengroep

Sinds het schooljaar 2019/2020 hanteren de Onderwijsinspectie en het ministerie van Onderwijs de schoolweging als maat voor de aanwezigheid van leerlingen met een achterstandsrisico op een school. Deze maat wordt door het CBS berekend op basis van gegevens over de leerlingen (o.a. het onderwijsniveau van hun ouders). Daarbij wordt zowel naar het aantal leerlingen met een achterstandsrisico gekeken als naar de zwaarte van dat risico.
Het schoolgewicht ligt tussen de 20 (een leerlingpopulatie zonder achterstandsrisico) en 40 (een leerlingpopulatie met een groot achterstandsrisico).

De scholen in Nijmegen kenmerken zich doordat ze meestal of een hoge, of juist een lage schoolweging hebben. De middencategorie komt in Nijmegen relatief weinig voor.


Figuur: Schoolweging scholen in Nijmegen, de kennissteden en Nederland. Bron: schoolweging 1 feb 2025 CBS.

Scholen met de hoogste schoolweging, met een populatie met een groter risico op onderwijsachterstand, zijn in Nijmegen, net als in de andere kennissteden, oververtegenwoordigd. Waar gemiddeld 15% van de scholen in Nederland in deze categorie valt, is dat in Nijmegen en de kennissteden een 30% (13 scholen).
Maar nog opvallender is de oververtegenwoordiging bij scholen met juist een lage schoolweging, waar weinig risico op onderwijsachterstand is. Meer dan de helft van de Nijmeegse scholen (24 scholen) heeft zo'n "makkelijke" populatie tegenover 15% van de Nederlandse scholen.
Gemiddelde scholen, behorend tot de 70% middenmoters onder de Nederlandse scholen, komen in Nijmegen relatief weinig voor. Voor de overige kennissteden geldt ook dat daar relatief weinig gemiddelde scholen voorkomen, maar de oververtegenwoordiging bij scholen met een lage schoolweging is daar kleiner dan in Nijmegen.
In vergelijking met een paar jaar geleden zijn er zowel scholen nieuw als verdwenen uit de categorie met de hoogste weging. De Aquamarijn is van de hoogste categorie naar de middencategorie gegaan. Door instroom van nieuwe leerlingen uit het nieuwbouwgebied Waalfront/Koningsdaal is daar de samenstelling van de leerlinggroep veel gemengder geworden. Deze school hoort, net als Kleurrijk, tot de 10 scholen in Nederland met de meest diverse leerlingpopulatie.

In het dashboard Kansengelijkheid (Gelijke Kansen Alliantie en DUO) is ook zichtbaar dat de Nijmeegse basisscholen relatief gesegregeerd zijn:


Figuur: Segregatie in Nijmeegse basisonderwijs in vergelijking tot andere sterk stedelijke gemeenten (2024, Dashboard Kansengelijkheid)

In deze figuur is te zien dat Nijmegen naar opleiding en inkomen "gesegregeerder" scoort dan meer dan 90% van de andere sterk stedelijke gemeenten. Naar herkomst gezien is de segregatie in Nijmegen gemiddeld.

Veel VO-leerlingen op havo/VWO-niveau

Het niveau waarop vo-leerlingen onderwijs volgen is het beste te zien in het derde leerjaar. Voor die tijd zitten veel leerlingen vaak in nog niet naar niveau opgedeelde brugklassen, na het vierde leerjaar is het vmbo al afgelopen.
Vergeleken met Nederland volgen in het derde leerjaar wat meer kinderen havo/vwo-onderwijs en minder VMBO k/b/g-onderwijs.

Figuur: Leerlingen 3e leerjaar vo, naar niveau. Bron: CBS en DUO/leerplicht, schooljaar 25/26

Deze verhouding is al lange tijd te zien, maar de verschillen tussen Nijmegen en Nederland worden de laatste jaren wel kleiner.

Figuur: Aandeel in leerjaar 3 dat naar havo/vwo gaat

Aandeel havo/VWO varieert van wijk tot wijk van 25 tot 90%

Gemiddeld genomen gaat ongeveer de helft van de Nijmeegse leerlingen in de 3e klas van het voortgezet onderwijs naar de havo of het VWO. Tussen de Nijmeegse wijken zijn er echter grote verschillen.

Figuur: Aandeel havo/VWO-leerlingen in 3e leerjaar, gemiddelde 24/25 en 25/26. Bron: DUO/Leerplicht.

  • In veel wijken in Dukenburg en Lindenholt gaan relatief weinig leerlingen naar havo/VWO, vaak minder dan 35%.
  • Aan het andere uiterste zien we veel wijken in Nijmegen-Oost en -Midden, waar meer dan 65% van de kinderen havo/VWO bezoekt.

Slagingspercentages het hoogst op VMBO

In Nijmegen zijn, net als landelijk, de slagingspercentages het hoogst op het VMBO en het laagst op de havo.
De examenresultaten in Nijmegen zijn iets beter dan het  landelijk gemiddelde.

Figuur: Slaagresultaten op Nijmeegse scholen en in Nederland, 2024/2025. Bron: DUO/OOD.

Bijna 60% MBO-ers volgt onderwijs op niveau 4

Van de 3.700 Nijmeegse studenten die een MBO-opleiding volgen is het aandeel op niveau 1/Entree (geen startkwalificatie) laag, slechts een paar procent. Bijna 60% volgt een opleiding op niveau 4. Dit is vergelijkbaar met de situatie in Nederland als geheel.


Figuur: Niveau opleiding Nijmeegse mbo-ers. Bron: DUO.

Deze pagina is gebouwd op 06/02/2026 09:05:28 met de export van 06/02/2026 08:50:15