Thema's

Sport

Sportdeelname

  • In 2025 geeft 69% van de Nijmegenaren vanaf 16 jaar aan wekelijks te sporten. Dit percentage is sinds 2021 weinig veranderd.
  • Ook het aandeel volwassenen dat voldoet aan de beweegrichtlijn - 54% - is de laatste jaren weinig veranderd.
  • In Nijmegen is de sportdeelname onder volwassen wat hoger dan gemiddeld in de benchmarksteden.
  • Het aandeel frequente sporters onder de middelbare scholieren is in 2023 hoger dan in 2019 en 2021.
  • Bij mavo/vmbo/mbo niveau 1-opgeleide volwassenen en hun kinderen en bij vmbo basis en kader leerlingen komt het meer voor dat ze weinig sporten en bewegen.

Percentage Nijmegenaren (16+) dat wekelijks sport sinds 2021 weinig veranderd

In de Burgerpeiling, die we tweejaarlijks houden, vragen we Nijmegenaren vanaf 16 jaar naar hun sportdeelname. Daarbij geven we aan dat denksporten, toerfietsen en langere afstanden wandelen wel meetellen, en wandelen naar een winkel of fietsen naar het werk niet. In 2025 geeft 69% van de Nijmegenaren aan minstens 1 keer per week te sporten. Dat is ongeveer gelijk aan de in 2021 en 2023 gemeten percentages. Ook het aandeel dat meer keer per week sport, is in 2025 ongeveer gelijk aan dat in 2021 en 2023 (51%).


Figuur: Percentage volwassenen dat minstens 1 keer per week sport, percentage volwasssenen dat meer keer per week sport. Bron: Burgerpeiling, O&S.

Ten opzichte van 2021 zien we in 2025 onder de Nijmegenaren vanaf 16 jaar een toename van het percentage beoefenaars van fitness (35%), hardlopen (24%) en padel (5%). Voor wandelen (31%), fietsen (17%), wielrennen/mountainbiken (8%) en tennis (5%) zien we een afname, na een toename in de coronatijd.
De sporten, die het meest door Nijmegenaren beoefend worden, zijn:

  • voor mannen:  fitness, wandelen, hardlopen en fietsen, gevolgd door wielrennen/mountainbiken, voetbal, zwemmen, padel, tennis (padel is tennis voorbijgegaan) en klimsport;
  • voor vrouwen:  fitness, wandelen, hardlopen, gevolgd door fietsen, zwemmen, yoga, wielrennen/mountainbiken, danssport en tennis.

We meten de volgende verschillen naar achtergrondkenmerken:

  • Bij de 16-34-jarigen is het percentage dat wekelijks sport het hoogst (75%), bij de 50-64-jarigen en 75-plussers is dit percentage lager (61%) en bij de 35-49-jarigen en de 65-74-jarigen ligt dit percentage in de buurt van de het gemiddelde (69%).
  • Van de mavo/vmbo/mbo niveau 1-opgeleide volwassen Nijmegenaren sport 48% wekelijks, van de mbo niveau 2, 3 of 4/havo/vwo-opgeleiden 61% en van de hbo/wo-opgeleiden 76%.
  • Van de volwassen Nijmegenaren met een lagere sociaaleconomische positie sport 46% wekelijks, versus 68% van de personen in de middencategorie en 77% van de personen met een hogere sociaaleconomische positie.
  • We meten door de tijd heen geen duidelijke toe- af afname van de verschillen naar opleidingsniveau en sociaaleconomische positie.

Niet alle mensen die wekelijks sporten voldoen aan de beweegrichtlijn (personen vanaf 18 jaar dienen verspreid over diverse dagen minstens 2,5 uur per week matig intensieve inspanning en minstens tweemaal per week spier- en botversterkende activiteiten te verrichten). In 2024 voldeed 54% van de volwassen Nijmegenaren aan de beweegrichtlijn. Dat is ongeveer gelijk aan de in 2020 en 2022 gemeten percentages.

Aandeel frequente sporters onder de jeugd gestegen

De meting in 2023 in het kader van de Gezondheidsmonitor Jeugd van de GGD laat een stijging zien van het aandeel frequente sporters onder de Nijmeegse jongeren; 79% van de middelbare scholieren geeft aan wekelijks bij een vereniging of sportschool te sporten (versus 74% in 2021 en 76% in 2019) en 75% geeft aan wekelijks op een andere manier - buiten verenigingen en sportscholen om - aan sporten en bewegen te doen (versus 68% in 2021 en 66% in 2019).
Tien procent geeft aan in de vrije tijd niet wekelijks actief aan het bewegen te zijn, tegenover 13% in 2021 en 2019.
De cijfers over de sport- en beweegdeelname van jongeren voor 2023 liggen in de buurt van die in 2015.


Figuur: Sportdeelname middelbare scholieren. Bron: Gezondheidsmonitor Jeugd (E-MOVO), GGD Gelderland-Zuid.

Bij vmbo basis en kader leerlingen is het aandeel dat niet wekelijks actief aan het bewegen is naar verhouding hoger: 22% tegenover 10% van de vmbo gemengde en theoretische leerweg leerlingen, 8% van de havo-leerlingen en 4% van de vwo-leerlingen. Vmbo basis en kader leerlingen sporten minder vaak wekelijks bij een sportvereniging of sportschool: 61% tegenover 76% van de gemengde/theoretische leerweg leerlingen, 81% van de havo-leerlingen en 90% van de vwo-leerlingen. Voor het aandeel, dat wekelijks buiten verenigingen en sportscholen om sport en beweegt, is er minder verschil tussen de opleidingsniveaus: 69% van de vmbo basis en kader leerlingen versus 76% van de gemengde/theoretische leerweg leerlingen, 75% van de havo-leerlingen en 77% van de vwo-leerlingen.

De meting in 2021 in het kader van de Kindermonitor van de GGD laat voor Nijmegen geen sterk effect van de coronapandemie op het aandeel frequente sporters zien; 75% van de Nijmeegse kinderen (4-12 jaar) sport en beweegt volgens hun ouders minstens 7 uur per week. In 2017 werd hetzelfde percentage gemeten. En 11% beweegt minder dan 5 uur per week (versus 9% in 2017). Wel geven in 2021 minder ouders aan dat hun kind lid is van een sportvereniging (72% versus 77% in 2017). De volgende meting vindt in 2025 plaats.
Bij kinderen van ouders met een mavo/vmbo/mbo niveau 1-opleiding komt het meer voor dat ze weinig sporten en bewegen: 17% beweegt minder dan 5 uur per week (versus 11% gemiddeld) en 42% is geen lid van een sportvereniging (versus 28% gemiddeld). Bij het verschijnen van de 2026-editie van de Stads- en Wijkmonitor zijn de uitkomsten van de Kindermonitor 2025 nog niet bekend.

Stedenvergelijking: aandeel wekelijks sporters in Nijmegen wat hoger

De GGD’en, het CBS en het RIVM voeren vierjaarlijks onder volwassenen een landelijke gezondheidsmonitor uit. In het najaar van 2022 is een extra meting uitgevoerd vanwege de coronapandemie. De laatste meting vond in 2024 plaats. Op basis hiervan kunnen we Nijmegen vergelijken met onze vaste set van benchmarksteden.
Uit de meting in 2024 blijkt dat een relatief groot deel van de volwassen Nijmegenaren wekelijks sport (65% versus gemiddeld 62% in de benchmarksteden). Bij de metingen in 2016 en 2020 lag het percentage wekelijke sporters in Nijmegen lager (op 60 en 59%). Ook via de Burgerpeiling hebben we een stijging van het percentage wekelijkse sporters onder de Nijmegenaren vanaf 16 jaar gemeten, maar dan tussen 2015 en 2021. Daarna zien we een stabiel beeld. Het percentage uit de Burgerpeiling kunnen we niet exact vergelijken met het door de GGD gemeten percentage, omdat de vragen over de sportdeelname en de toelichting daarbij niet hetzelfde geformuleerd zijn.

De gezondheidsmonitor 2024 laat verder zien dat 54% van de volwassen Nijmegenaren aan de beweegrichtlijn voldoet (personen vanaf 18 jaar dienen verspreid over diverse dagen minstens 2,5 uur per week matig intensieve inspanning en minstens tweemaal per week spier- en botversterkende activiteiten te verrichten). Dat is ongeveer gelijk aan de in 2020 en 2022 gemeten percentages. Het gemiddelde voor de benchmarksteden is ook 54% en is ten opzichte van de vorige metingen wat gestegen.


Figuur: Stedenvergelijking sporten en bewegen volwassenen. Bron: Gezondheidsmonitor 2024, GGD’en, CBS en RIVM.

Het aandeel volwassen Nijmegenaren met overgewicht (40%) is lager dan gemiddeld in de benchmarksteden (45%). En dat geldt ook voor ernstig overgewicht (11% in Nijmegen versus gemiddeld 14% in de benchmarksteden). Sinds 2012 is het aandeel volwassen Nijmegenaren met overgewicht niet sterk veranderd.

De Nijmeegse cijfers zijn ook gunstiger dan de landelijke cijfers. In Nederland sport 58% van de volwassenen wekelijks (65% in Nijmegen), voldoet 49% aan de beweegrichtlijn (54% in Nijmegen), heeft 50% overgewicht (40% in Nijmegen) en heeft 16% ernstig overgewicht (11% in Nijmegen).

Deze pagina is gebouwd op 06/02/2026 09:05:28 met de export van 06/02/2026 08:50:15