Sportverenigingen
- Nijmegen telt circa 100 sportverenigingen met meer dan 50 leden.
- Met een ruime meerderheid van de sportverenigingen gaat het goed (meting najaar 2025).
- In 2025 geeft 28% van de Nijmegenaren vanaf 16 jaar aan lid te zijn van een sportvereniging. Dat is meer dan in de periode 2013-2023 (tussen de 24 en 26%).
- In 2024 was 22,9% van de Nijmegenaren lid van een bij een sportbond aangesloten vereniging. Dit percentage is sinds 2018 ongeveer gelijk gebleven, met uitzondering van 2021 toen het wat hoger lag (23,6%).
- In Nijmegen zijn naar verhouding meer bewoners lid van bij sportbonden aangesloten verenigingen dan gemiddeld in de benchmarksteden.
- Onder de Nijmeegse jeugd is het percentage dat lid is van een sportvereniging veel hoger dan onder de Nijmeegse volwassenen.
Percentage Nijmegenaren (16+) dat lid van sportvereniging is in 2025 hoger dan bij voorgaande metingen
Nijmegen telt circa 100 sportverenigingen met meer dan vijftig leden, waaronder 9 met meer dan duizend leden en richting de 20 studentensportverenigingen. Daarnaast zijn er vele kleinere sportclubs en -groepen.
In 2025 geeft 28% van de Nijmegenaren vanaf 16 jaar aan lid van een sportvereniging te zijn (Burgerpeiling 2025). Dat is een stijging ten opzichte van de metingen in de periode 2013-2023 (tussen de 24 en 26%).
We meten de volgende verschillen naar achtergrondkenmerken:
- Met het stijgen van de leeftijd daalt het percentage sportverenigingsleden: van 39% bij de 16-34-jarigen naar 25% bij de 35-49-jarigen en 16% bij de 50-plussers.
- Van de mavo/vmbo/mbo niveau 1-opgeleide volwassenen Nijmegenaren is 15% lid van een sportvereniging, van de mbo niveau 2, 3 of 4/havo/vwo-opgeleiden 28% en van de hbo/wo-opgeleiden 30%.
- Van de volwassen Nijmegenaren met een lagere sociaaleconomische positie is 13% lid van een sportvereniging, versus 29% van de personen in de middencategorie en 32% van de personen met een hogere sociaaleconomische positie.
- We meten door de tijd heen geen duidelijke toe- af afname van de verschillen naar opleidingsniveau en sociaaleconomische positie.
Jongeren sporten veel meer bij sportverenigingen dan volwassenen.
- In 2023 gaf 79% van de Nijmeegse middelbare scholieren aan wekelijks bij een sportvereniging of sportschool te sporten. Dat is een lichte stijging ten opzichte van 2019 (76%) en 2021 (74%). Bij vmbo-leerlingen is dit aandeel lager (61% voor vmbo basis/kader en 76% voor vmbo theoretische/gemengde leerweg versus 81% voor de havo-leerlingen en 90% voor de vwo-leerlingen).
- In 2021 gaf 72% van de ouders van 4- tot 12-jarigen aan dat hun kind lid van een sportvereniging was (versus 77% in 2017). Bij kinderen met ouders met een mavo/vmbo/mbo niveau 1-opleiding is dit aandeel lager (58% versus 73% van de kinderen met ouders met een mbo niveau 2, 3 of 4/havo/vwo-opleiding en 75% van de kinderen met ouders met een hbo/wo- opleiding). Bij het verschijnen van de Stads- en Wijkmonitor 2026 zijn de uitkomsten van de Kindermonitor 2025 nog niet bekend.
Meer sportverenigingsleden dan in benchmarksteden
Behalve cijfers over het lidmaatschap van sportverenigingen uit de bevolkingsonderzoeken, zijn er ook de registratiecijfers van NOC*NSF waarvoor we een vergelijking kunnen maken met de benchmarksteden.
In 2024 is 22,9% van alle Nijmegenaren lid van 1 of meer bij sportbonden aangesloten sportverenigingen. Sinds 2018 is dit percentage weinig veranderd, met uitzondering van 2021 toen het wat hoger lag (23,6%). Die 22,9% is hoger dan gemiddeld in de benchmarksteden (21%). Het verschil met de benchmarksteden is sinds 2018 steeds ongeveer even groot.
Van de Nederlanders is 24,2% lid van een sportvereniging (versus 25,1% in 2018).
Het percentage Nijmegenaren dat lid is van een tennisvereniging steeg van 2,8% in 2020 naar 3,7% in 2022 en bleef in de twee jaar daarna stabiel. Bij een deel van de tennisverenigingen kan ook padel gespeeld worden. Uit de Burgerpeiling blijkt dat de belangstelling voor padel aan het stijgen is en voor tennis aan het dalen. Bij de andere verenigingssporten zijn de veranderingen in het percentage Nijmegenaren dat lid is kleiner.
In vergelijking met de benchmarksteden zijn Nijmegenaren relatief veel lid van een vereniging binnen de volgende sporttakken: voetbal, tennis, hockey en turnen/gymnastiek. Nijmegenaren zijn minder vaak lid van een golfclub en een zwemvereniging (zie figuur hieronder).
Als we vergelijken met het landelijk beeld zijn de grootste verschillen dat Nijmegen relatief veel leden van hockeyverenigingen en relatief weinig leden van golfclubs, zwemclubs en paardensportverenigingen heeft.

Figuur: Percentage Nijmegenaren dat lid is van een sportvereniging, per sporttak, 2024 (NOC*NSF; www. www.sportenbewegenincijfers.nl).
In absolute aantallen telt Nijmegen circa 11.000 leden van voetbalverenigingen, circa 7.000 leden van tennisverenigingen, circa 3.800 leden van hockeyverenigingen, circa 3.000 leden van golfclubs, circa 2.500 leden van turn-/gymnastiekverenigingen, circa 1.300 leden van atletiekverenigingen, circa 1.100 leden van volleybalverenigingen en circa 750 leden van zwemverenigingen. Niet alle leden zijn actieve sporters. Er zijn bijvoorbeeld bestuursleden en trainers lid, die zelf niet actief sporten.
Najaar 2025: meerderheid sportverenigingen staat er goed voor
Najaar 2025 is de laatste meting in het kader van de Monitor Sportverenigingen en -aanbieders uitgevoerd. Van de 82 benaderde sportverenigingen hebben er 44 deelgenomen.
- De helft van de vernigingen meldt een stijgend ledental; bij enkele verenigingen is het ledental gedaald.
- Een vijfde van de verenigingen geeft aan te weinig vrijwilligers te hebben.
- De meeste verenigingen noemen hun financiële situatie gezond en enkele verenigingen geven aan dat deze ‘niet gezond, niet ongezond’ is.
- In vergelijking met de drie voorgaande metingen (2022, 2020, 2018) zijn er minder verenigingen met een dalend ledental, een tekort aan vrijwilligers en een niet gezonde financiële situatie.
- Om een beeld te geven van de vitaliteit van de verenigingen is gekeken of de volgende vier knelpunten spelen: een dalend ledental, onvoldoende vrijwilligers, onvrede over de bezetting van het bestuur en een ongezonde financiële situatie. Bij 29 van de 44 verenigingen spelen geen van deze vier knelpunten (versus bij 17 van de 37 verenigingen in 2022); bij 11 verenigingen speelt er één en bij 4 verenigingen twee.
- Veel verenigingen besteden speciale aandacht aan 1 of meer doelgroepen, waaronder mensen met beperkingen, mensen met mentale problemen, mensen met overgewicht, specifieke leeftijdsgroepen, mensen met een lager inkomen en lhbtiqa+ personen.
- Veel verenigingen besteden aandacht aan 1 of meer maatschappelijke thema’s (veilig sportklimaat, extra inzet voor bepaalde doelgroepen, gezonde kantine, rookvrij, duurzaamheid).
- De meeste verenigingen werken samen met 1 of meer andere partijen, het meest met de gemeente, andere sportverenigingen en scholen/onderwijsinstellingen. Veelal is er tevredenheid over die samenwerking.
- Veel verenigingen (32 van de 44) hebben de afgelopen periode contact gehad met mensen van het gemeentelijk Sportbedrijf (onder meer buurtsportcoaches). Een meerderheid van die verenigingen is tevreden over die contacten (24); enkele verenigingen zijn er ontevreden over.
- Bij de vraag naar knelpunten zijn de meest genoemde zaken: het kunnen vinden en behouden van (goede) trainers, te weinig mogelijkheden om (geschikte) binnensportaccommodatie te huren en financiële knelpunten (onder meer de kosten voor het huren van binnensportaccommodatie).
