Conjunctuur en ondernemerschap
De Nijmeegse stadseconomie is als geheel niet bijzonder conjunctuurgevoelig, maar de "marktsector" daarbinnen juist wel. Bij de aanvang van de coronacrisis in 2020 krijgt het ondernemersvertrouwen een ongekende dreun. Daarna volgt een aarzelend herstel. World Economic Forum geeft aan dat geopolitieke spanningen wereldwijd onzekerheden meebrengen voor marktsectoren. Welk effect dat heeft op bedrijven en organisaties in Nijmegen weten we niet. De brede en sterke basis van de Nijmeegse economie heeft in het verleden bewezen ondanks economische tegenwind vrij stabiel te blijven.
Het aantal ondernemingen in Nijmegen is in 10 jaar zeer sterk gegroeid. Sinds 2014 kent Nijmegen onafgebroken meer starters dan stoppers, zelfs tijdens de coronacrisis. Vanaf 2022 is echter sprake van een duidelijke verschuiving in de verhouding tussen beide. De verhouding starters ten opzichte van stoppers daalde van 1,9 in 2022 naar 1,3 in 2024 en verder naar 1,1 in 2025. Dit wijst op een relatief sterke toename van het aantal stoppers in combinatie met een afname van het aantal starters. Hoewel het aantal vestigingen in 2025 nog groeit, nadert het groeitempo een historisch laag niveau van circa 2%. Deze ontwikkeling sluit aan bij het landelijke beeld.
Ondernemersvertrouwen herstelt, maar nog onder het niveau van vóór corona
De Conjunctuurenquête Nederland (COEN) meet elk kwartaal de stemming onder ondernemers over de huidige en toekomstige economische situatie. De COEN-enquête richt zich uitsluitend op bedrijven in de marktsector, waaronder industrie, handel, bouw en zakelijke dienstverlening. De sectoren onderwijs, zorg en overheid worden niet meegenomen in deze enquête, omdat deze grotendeels door publieke financiering worden gestuurd en minder conjunctuurgevoelig zijn. Een van de belangrijkste indicatoren die hieruit voortkomt is het verwachtingssaldo voor het economisch klimaat in de komende drie maanden. Het verwachtingssaldo voor het economisch klimaat wordt berekend als het percentage ondernemers dat verwacht dat het economisch klimaat voor hun onderneming zal verbeteren, minus het gewogen percentage dat aangeeft dat het zal verslechteren. De uitkomst geeft inzicht in de verwachtingen en het ondernemersvertrouwen in Nederland. Na de coronapandemie herstelt het ondernemersvertrouwen zich geleidelijk, maar het blijft nog onder het niveau van vóór 2020.
Voor de provincie Gelderland is het verwachtingssaldo voor het economisch klimaat inmiddels zestien kwartalen op rij negatief. In oktober 2025 komt het saldo uit op -0,7, wat betekent dat ondernemers gemiddeld pessimistischer zijn over de economische ontwikkeling dan positief gestemd. Hoewel er geen specifieke COEN-cijfers voor Nijmegen beschikbaar zijn, is de verwachting dat de trends in deze stad grotendeels overeenkomen met die in Gelderland en Nederland als geheel.

Figuur: Saldo verwachting economisch klimaat komende 3 maanden: provincie Gelderland vs. Nederland
Bron: CBS
Nijmegen: minder conjunctuurgevoelig, maar marktsector blijft moeilijk te voorspelen
De Nijmeegse economie is minder conjunctuurgevoelig doordat een groot deel van de werkgelegenheid in publieke sectoren zoals zorg, onderwijs en overheid zit. Op korte termijn zijn deze publieke sectoren minder conjunctuurgevoelig dan de marktsectoren (zoals industrie, handel en horeca). Dit komt omdat de financiering grotendeels uit belastingen en premies komt, wat relatief stabiel is vergeleken met sectoren die direct afhankelijk zijn van consumentenbestedingen en export. Langdurige recessies maar ook ander Rijksbeleid kunnen uiteraard wel invloed hebben op de publieke sectoren. Het vorige kabinet heeft bezuinigingen doorgevoerd voor onderzoek en onderwijs maar ook het beleid rondom internationale studenten gewijzigd. Dit heeft een direct effect op het hoger onderwijs, ook in onze stad.
De marktsector in Nijmegen — net als in de rest van Nederland — is meer conjunctuurgevoelig. Dit geldt met name voor sectoren zoals horeca, detailhandel, bouw en zakelijke dienstverlening, die snel reageren op veranderingen in de economische cyclus. Daarnaast speelt de hightechindustrie in Nijmegen een belangrijke rol in de regionale economie. Het halfgeleiderecoysteem rondom Noviotech Campus is sterk en uniek in Nederland. Vanuit NXP, Nexperia en Ampleon is het tweede semiconcluster van Nederland ontstaan met veel daaraan gerelateerde bedrijven, onderzoeksinstellingen en onderwijs. Vanwege geopolitieke ontwikkelingen zet Europa, maar ook Nederland, in op het behouden en versterken van de semiconindustrie.
World Economic Forum geeft aan dat geopolitieke spanningen wereldwijd onzekerheden meebrengen voor marktsectoren. Welk effect dat heeft op bedrijven en organisaties in Nijmegen weten we niet. De brede en sterke basis van de Nijmeegse economie heeft in het verleden bewezen ondanks economische tegenwind vrij stabiel te blijven.
Steeds meer stoppers, ondanks lichte voorsprong van starters: onzekerheid over verder ontwikkeling
Het aantal Nijmeegse ingeschrevenen in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Begin 2024 telt Nijmegen circa 24.500 vestigingen, oplopend tot ongeveer 25.100 vestigingen in 2025. Hoewel dit nog steeds een stijging betekent, is de jaarlijkse toename duidelijk kleiner dan in eerdere jaren, wat wijst op een afnemend groeitempo. Over een periode van tien jaar(2025 t.o.v. 2015) komt de groei neer op circa 59%. Deze toename wordt deels verklaard door aantal administratieve wijzigingen, zoals de uitbreiding van de inschrijvingsplicht in 2010 (onder andere voor vrije beroepen en non-profitdiensten) en het afschaffen van de jaarlijkse bijdrage voor bestaande inschrijvingen in 2013. Ook wanneer met deze effecten rekening wordt gehouden, blijft het beeld overeind dat het ondernemerschap onder de Nijmeegse bevolking aanzienlijk is gegroeid, maar dat deze groei recent duidelijk afvlakt.
De KVK-cijfers laten zien dat het aantal starters en stoppers de afgelopen jaren steeds dichter bij elkaar is komen te liggen. Waar het verschil tussen beide groepen lange tijd duidelijk positief was, is dit voordeel in recente jaren sterk geslonken.
In 2025 daalde het aantal starters met circa 11% ten opzichte van 2024 (van 2.615 naar 2.338), terwijl het aantal stoppers in dezelfde periode met ongeveer 3% toenam (van 2.024 naar 2.088). Hierdoor neemt de netto groei van het totale aantal vestigingen verder af. De bedrijvenpopulatie staat daarmee onder druk en het groeitempo nadert een historisch laag niveau van 2%. Deze ontwikkeling sluit aan bij het landelijke beeld.
Kernpunten starters en stoppers in Nijmegen
- Sinds 2014 kent Nijmegen onafgebroken meer starters dan stoppers, zelfs tijdens de coronacrisis.
- In 2025 telde Nijmegen 2.338 starters, tegenover 2.615 in 2024 (een daling van 11%).
- Het aantal stoppers bedroeg in 2025 2.088, tegenover 2.024 in 2024 (een stijging van 3%).
- Bij het gemiddelde van de kennissteden bedraagt de daling van het aantal starters in 2025 ten opzichte van 2024 circa 10%, terwijl het aantal stoppers met ongeveer 4% toenam. De Nijmeegse cijfers liggen hiermee dicht bij het gemiddelde.
- Vanaf 2022 is echter sprake van een duidelijke verschuiving in de verhouding tussen beide. De verhouding starters ten opzichte van stoppers daalde van 1,9 in 2022 naar 1,3 in 2024 en verder naar 1,1 in 2025. Dit wijst op een relatief sterke toename van het aantal stoppers in combinatie met een afname van het aantal starters.
Deze ontwikkeling sluit aan bij het landelijke beeld. De Kamer van Koophandel constateert dat de groei van het aantal vestigingen in Nederland in 2025 historisch laag is uitgekomen, met een toename van slechts 1%, met het aantal starters daalde in 2025 met 10% in vergelijking met 2024, terwijl het aantal stoppers met 18% steeg. Volgens de KVK zorgen een sterke daling van het aantal starters en een forse toename van het aantal stoppers gezamenlijk voor stagnatie van het ondernemerschap.
Joris Knoben, hoogleraar Strategie en Ondernemerschap aan Tilburg University, wijst erop dat de afname van het aantal starters deels wordt verklaard door een terugval onder ZZP’ers, maar ook dat de daling zichtbaar is bij alle ondernemingsvormen. Volgens hem speelt onzekerheid hierbij een belangrijke rol, waaronder economische onzekerheid en onduidelijkheid over beleid, zoals de handhaving op schijnzelfstandigheid, Europese regelgeving en internationale handelsspanningen (Bron: KvK, Historisch lage groei in Nederlandse bedrijvenpopulatie, 1% erbij in 2025, 15 januari 2026).

Figuur: Aantal starters van het aantal economisch actieve vestigingen
Bron: Kamer van Koophandel (KVK)
Aantal zzp'ers stijgt, verdere ontwikkeling nog moeilijk te voorspellen
Sinds 2014 blijft het aantal vestigingen met ten minste 1 werkzaam persoon groeien, zelfs tijdens de coronacrisis, zij het met een laag groeipercentage. Vergeleken met 2014 (8.680) is het aantal vestigingen met 1 werkzaam persoon in 2024 (16.170) met 86% toegenomen. In 2023 bedroeg de groei 8,9%, met een stijging van 13.640 banen in 2022 naar 14.840 banen in 2023. In 2024 bleef het groeipercentage stabiel op 8,9%.

Figuur: Aantal ZZP'er per jaar met jaarlijkse groeipercentages
Bron: PWE
Vanaf januari 2025 intensiveert de Belastingdienst de controles op schijnzelfstandigheid bij zzp'ers. Schijnzelfstandigheid doet zich voor wanneer iemand formeel als zelfstandige werkt, maar feitelijk een dienstverband heeft. Dit kan leiden tot minder premie- en belastinginkomsten voor de overheid en minder bescherming voor de werknemer bij ontslag of ziekte. Het is nog onduidelijk of deze strengere controles zullen leiden tot een afname van het totale aantal zzp'ers.
Volgens de KVK daalde het aantal zzp’ers in Nederland in december 2024 en januari 2025, met de grootste afname in de gezondheidszorg (Bron: Aantal zzp’ers daalt verder, KVK, 7 feb 2025). In februari stabiliseerde het aantal zelfstandigen echter, met op 28 februari 2025 in totaal 1.770.355 ingeschreven zzp’ers, een lichte stijging van 0,1% ten opzichte van de maand ervoor (Bron: Aantal zzp’ers stabiliseert, KVK, 5 maart 2025).
Sectorale verschillen in het aantal zzp’ers
De ontwikkeling van het aantal zzp’ers verschilt sterk per sector. Volgens de Kamer van Koophandel (KVK) groeide het aantal zelfstandigen in januari en februari 2025 in de zakelijke dienstverlening en de ICT & media. In andere sectoren bleef het aantal zzp’ers stabiel. De grootste dalingen vonden plaats in de gezondheidszorg en de bouw, hoewel de afname minder sterk was dan in voorgaande maanden.
Volgens de KVK (KVK ZZP-monitor, 5 maart 2025) is het onzeker of deze trends zullen leiden tot een algemene daling van het aantal zzp’ers. Terwijl sommige sectoren blijven groeien, kunnen strengere controles op schijnzelfstandigheid en veranderingen in wet- en regelgeving de neerwaartse trend in specifieke sectoren, zoals de zorg, versterken.
Zzp'ers in Nijmegen
In Nijmegen werkte in 2024 28% van de zzp’ers in de sector zakelijke dienstverlening en 20% in de sector zorg en welzijn. Hoe het totale aantal zzp'ers in Nijmegen zich in 2025 zal ontwikkelen, is – net als landelijk – op dit moment moeilijk te voorspellen.
