Oordeel over het stadsbestuur
- Het percentage Nijmegenaren dat vertrouwen (40%) of juist geen vertrouwen (13%) heeft in het bestuur van de stad is in 2025 ten opzichte van 2023 gelijk gebleven.
- Het percentage Nijmegenaren dat van mening is, dat men als kiezer invloed heeft op wat er in Nijmegen gebeurt, is in 2025 iets lager (40%) dan in 2023 (43%) en gelijk met 2019 (40%). Opnieuw ervaart 19% geen invloed.
- We zien dat zowel het vertrouwen in het stadsbestuur als de ervaren invloed die men als kiezer heeft afnemen naarmate de leeftijd toeneemt. Ook zien we dat zowel het vertrouwen als de ervaren invloed het grootste is bij de hoogste SEP (sociaaleconomische positie) en afneemt bij de lagere SEP.
- Het percentage Nijmegenaren met interesse in de lokale politiek blijft licht stijgen. In 2025 is 63% geïnteresseerd, in 2023 was dit 60%.
- We zien dat de interesse in de lokale politiek toeneemt met leeftijd. Ook zien we dat de interesse het grootste is bij de hoogste SEP en afneemt bij de lagere SEP.
Vertrouwen in het bestuur van de stad
Onderstaande figuur laat zien dat in 2025 40% van de Nijmegenaren (veel) vertrouwen heeft in het stadsbestuur. Dat is iets meer dan 2023 (39%), 2021 en 2019 (35%). Het percentage dat geen vertrouwen heeft is gelijk gebleven sinds 2019 (13%). Bijna de helft van de Nijmegenaren is neutraal over het vertrouwen in het stadsbestuur of weet het niet (47%).

Figuur: Vertrouwen in het stadsbestuur. Bron: Burgerpeiling, O&S.
Leeftijd en sociaaleconomische positie (SEP) zijn persoonskenmerken die het sterkst samenhangen met het vertrouwen dat Nijmegenaren hebben in het stadsbestuur. Onderstaand figuur laat zien dat het percentage dat vertrouwen heeft afneemt naarmate de leeftijd toeneemt. Omgekeerd neemt het percentage dat neutraal is juist toe naarmate de leeftijd toeneemt. De jongste leeftijdsgroep valt het meeste op in vergelijking met de andere leeftijdsgroepen: zij hebben het meeste vertrouwen (42%) en tevens het minste geen vertrouwen (8%) in het stadsbestuur. Vanaf 50 jaar zijn de groepen vergelijkbaar in hoeverre vertrouwen ze hebben.
Als we kijken naar SEP, zien we dat het vertrouwen in het stadsbestuur het grootste is onder de hoogste SEP en het afneemt wanneer de SEP lager wordt. De twee laagste SEP scoren vergelijkbaar.

Figuur: Vertrouwen in het stadsbestuur naar leeftijd en welstandsklasse. Bron: Burgerpeiling 2025, O&S
Ervaren invloed op wat er in de gemeente gebeurt
Onderstaande figuur laat zien dat 40% van de Nijmegenaren in 2025 ervaart dat zij als kiezer invloed hebben op wat er in de gemeente gebeurt. Dit cijfer blijft door de jaren heen schommelen: in 2023 was het percentage hoger (43%), in 2021 gelijk (40%), en in 2019 hoger (42%). 19% ervaart geen invloed, de rest (40%) weet het niet of is neutraal.

Figuur: Als kiezer invloed ervaren op wat er in de gemeente gebeurt. Bron: Burgerpeiling, O&S.
Leeftijd en sociaaleconomische positie (SEP) zijn persoonskenmerken die het sterkst samenhangen met de ervaren invloed als kiezer op wat er in de gemeente gebeurt. Onderstaande figuur laat zien dat de ervaren invloed afneemt naarmate de leeftijd toeneemt: de jongste leeftijdsgroep geeft het vaakst aan invloed te ervaren (46%), de oudste groep het minst vaak (32%). Als we naar sociaaleconomische positie kijken, zie we dat de hoogste SEP het vaakst aangeeft invloed te ervaren op wat er in de gemeente gebeurd (49%) . Naarmate de SEP lager wordt, wordt minder vaak aangegeven dat men invloed ervaart (24% in de laagste SEP) en vaker aangegeven dat men geen invloed ervaart (22% in de laagste SEP t.o.v. 15% in de hoogste SEP).

Figuur: Als kiezer invloed ervaren op wat er in de gemeente gebeurt naar leeftijd en welstandsklasse. Bron: Burgerpeiling 2025, O&S.
Interesse in de lokale politiek
Onderstaande figuur laat zien dat in 2025 63% van de Nijmegenaren interesse heeft in de lokale politiek (10% is zeer geïnteresseerd, 53% redelijk geïnteresseerd). 32% heeft geen interesse. De interesse blijft stijgen: van 57% in 2019 naar 63% in 2025.

Figuur: Interesse in de lokale politiek. Bron: Burgerpeiling, O&S.
Onderstaande figuur laat zien dat politieke interesse toeneemt met de leeftijd. De jongste leeftijdsgroep is het minst vaak geïnteresseerd (52% is geïnteresseerd). Als we kijken naar sociaaleconomische positie, zien we dat de interesse het grootste is in de hoogste SEP (71% is geïnteresseerd) en het minste is in de laagste SEP (39% is geïnteresseerd).

Figuur: Interesse in de lokale politiek naar leeftijd en welstandsklasse. Bron: Burgerpeiling 2025, O&S.
