Thema's

Welzijn en Zorg

Sociale samenhang en inclusie

  • Nijmegen onderscheidt zich ten opzichte van de benchmarksteden positief als het gaat om sociale samenhang. In vergelijking met de benchmarksteden hebben Nijmegenaren meer vertrouwen in andere mensen, ervaren meer samenhang in de buurt, vertrouwen vaker instituties, doen iets vaker vrijwilligerswerk en gaan vaker stemmen.
  • Na jaren van afname is de inzet van vrijwilligers tussen 2023 en 2025 toegenomen.
  • Het welzijn van lhbtiq+ Nijmegenaren ligt op verschillende punten lager dan gemiddeld in Nijmegen (onder meer als het gaat om levensgeluk, gevoel van veiligheid en gerapporteerde discriminatie).
  • In 2024 zijn lhbtiq+ inwoners vaker negatief dan positief over hoe de acceptatie van lhbtiq+ personen zich ontwikkelt. Met name over de acceptatie van genderdiversiteit is men pessimistisch. In 2022 waren deze inwoners nog overwegend positief over hoe de acceptatie van lhbtiq+ personen zich ontwikkelde.
  • Verschillende bronnen weerspiegelen de afgenomen ervaren acceptatie van seksuele- en genderdiversiteit. Met name bij middelbare scholieren is tussen 2019 en 2023 een scherpe afname te zien van de acceptatie van homoseksualiteit.  

Nijmegen kent een sterke sociale samenhang die zich positief ontwikkelt

Om een beeld te geven van de sociale cohesie/samenhang in de samenleving, kijken we naar de 4 aspecten die het Sociaal Cultureel Planbureau hierbij onderscheidt. Dat is enerzijds sociaal en institutioneel vertrouwen en anderzijds sociale en institutionele participatie.

We laten voor ieder aspect zien hoe de positie van Nijmegen zich ten opzichte van de vaste set van benchmarksteden (Arnhem, Eindhoven, Enschede, Groningen, Leiden, Maastricht, Tilburg) heeft ontwikkeld in de afgelopen jaren. Daarbij maken we gebruik van indexcijfers; Nijmegen wordt afgezet tegen het gemiddelde van de benchmark, die altijd de score van 100 heeft. Ligt de Nijmeegse score boven de 100, dan onderscheidt Nijmegen zich positief. Een score onder de 100 is ongunstig. De indexcijfers zijn gemaakt op basis van cijfers uit landelijke dataverzamelingen, wat een benchmark mogelijk maakt.

De landelijke cijfers geven geen beeld van een kleiner gebiedsniveau dan de gehele stad. Om iets te kunnen zeggen over gebieden binnen de stad, gebruiken we gemeentelijke dataverzamelingen. Landelijke en gemeentelijke dataverzamelingen zijn om methodologische redenen niet rechtstreeks te vergelijken. Wel laten zij dezelfde trends zien.

FIguur: Ontwikkeling op 4 aspecten van sociale samenhang
Bron: Indexcijfers o.b.v. Regionale Monitor Brede Welvaart CBS en opkomstcijfers verkiezingen, bewerking O&S

Nijmegen onderscheidt zich ten opzichte van de benchmarksteden positief als het gaat om sociale samenhang. In vergelijking met de benchmarksteden hebben Nijmegenaren meer vertrouwen in andere mensen, ervaren meer samenhang in de buurt, vertrouwen vaker instituties, doen iets vaker vrijwilligerswerk en gaan vaker stemmen. Wel zijn er verschillen tussen de stadsdelen op deze onderwerpen. Het vervolg gaat in meer detail in op ieder van de 4 onderdelen van sociale samenhang die we onderscheiden.

Sociaal vertrouwen
Hebben mensen in Nederland gemiddeld genomen vertrouwen in elkaar? Internationaal gezien scoort Nederland hoog en is de trend positief (SCP, 2024). Wel zijn er groepen waarover minder positief wordt gedacht.

De kwadrant ‘sociaal vertrouwen’ in bovenstaande figuur toont de ontwikkeling van 2 indicatoren. De rode lijn laat zien in hoeverre inwoners vinden dat medemensen doorgaans te vertrouwen zijn. De donkerrode lijn laat zien hoe inwoners de binding met buurt en buurgenoten beoordelen. Beide indicatoren scoren in Nijmegen in de meetperiode (sinds 2016) structureel gunstiger dan de benchmark.

Binnen Nijmegen nam het vertrouwen in medemensen de afgelopen jaren (net als in Nederland als geheel) toe; van 66% in 2016 naar 75% in 2024. De score voor buurtcohesie is de afgelopen jaren stabiel. Wel zijn er flinke verschillen tussen de stadsdelen (zie onderstaande figuren). Voor beide indicatoren geldt dat Nijmegen-Oost en Nijmegen-Noord zich positief onderscheiden. De zuidrand van de stad – met name Dukenburg en Lindenholt – scoren minder gunstig. Het Centrum laat een afwijkend patroon zien; de inwoners hebben relatief veel vertrouwen in andere mensen, maar ervaren weinig samenhang in de buurt. Dat is voorstelbaar voor een gebied dat behalve een woonfunctie ook een belangrijke voorzieningenfunctie heeft.


 Figuur: Sociaal vertrouwen per stadsdeel (schaalscore)         Figuur: Buurtcohesie per stadsdeel (schaalscore)
 Bron: Burgerpeiling 2025                         Bron: Burgerpeiling 2025

Institutioneel vertrouwen
Het vertrouwen in instituties in Nederland loopt uiteen, afhankelijk van de institutie waar het om gaat. Rechters, de politie en het leger kennen een hoog vertrouwen, terwijl dat bij private partijen als de pers, banken en grote bedrijven veel lager ligt. Ook het vertrouwen in landelijke politiek en ambtenarij is laag. Het vertrouwen dat Nederlanders hebben in politieke instituties deint op en neer met de belangrijkste maatschappelijke ontwikkelingen, om na stijgingen en dalingen vaak terug te keren naar een stabiel niveau (Universiteit Utrecht, 2022).

De kwadrant in bovenstaande figuur toont de ontwikkeling van ‘institutioneel vertrouwen’, aan de hand van een indicator die het vertrouwen in Tweede Kamer, politie en rechters samenneemt. Dit vertrouwen ligt in Nijmegen sinds 2016 structureel hoger dan de benchmark. In Nijmegen had tussen 2016 en 2024 65 tot 66% van de inwoners vertrouwen in Tweede Kamer, politie en rechters. In 2020 lag dit hoger (72%) door de coronacrisis in dat jaar; het is een goed gedocumenteerd effect dat burgers gedurende een crisis een groter vertrouwen hebben in politieke leiders.

Rond institutioneel vertrouwen zijn enkel gemeentelijke cijfers beschikbaar over het vertrouwen dat men heeft in het stadsbestuur. Sinds 2023 ligt het aandeel inwoners met enig of veel vertrouwen op 40%. Wat hoger dan tussen 2019 en 2021, toen het om 35% ging. Tussen de stadsdelen zijn flinke verschillen in het vertrouwen; in Nijmegen-Noord gaat het om 48%, tegen 29% in Dukenburg en Lindenholt.


Figuur: Vertrouwen in het gemeentebestuur per stadsdeel
Bron: Burgerpeiling 2025

Sociale participatie
In hoeverre zetten inwoners zich in voor de samenleving? Vrijwillige inzet voor organisaties is in Nederland in internationaal opzicht hoog. Sinds 2016 liep de vrijwilligersinzet in Nederland bij iedere meting wat terug. Na 2022 keert deze trend echter, en laten verschillende onderzoeken een toename in de vrijwillige inzet voor organisaties zien.  

De kwadrant ‘sociale participatie’ laat zien hoe de vrijwillige inzet voor organisaties zich in Nijmegen heeft ontwikkeld ten opzichte van de benchmark. Tussen 2016 en 2024 scoort Nijmegen structureel gunstiger dan de benchmarksteden.

De gemeentelijke cijfers laten zien dat het aandeel inwoners dat Nijmegenaren dat zich ten minste maandelijks inzet voor een organisatie, tussen 2017 en 2023 daalde van 26% naar 23%. In 2025 is dit weer iets gestegen naar 25%. Gekeken naar de stadsdelen is de inzet het grootst in Nijmegen-Zuid (29%) en Nieuw-West (28%), terwijl Dukenburg (20%) en Oud-West (18%) achterblijven.


Figuur: Aandeel maandelijks of vaker vrijwilligerswerk per stadsdeel
Bron: Burgerpeiling 2025

Politieke participatie
Hoe zeer participeren inwoners politiek, door hun stem uit te brengen bij verkiezingen? Het Nederlandse opkomstpercentage bij landelijke verkiezingen is binnen de Europese Unie gemiddeld. In Nijmegen is – bij de verkiezingen tussen '22 en '25 – sprake van een hogere opkomst dan in de benchmarksteden. Dat is in bovenstaande figuur te zien aan de lijndiagram onder ‘politieke participatie’. Opkomstcijfers op stadsdeelniveau zijn onvoldoende betrouwbaar en daarom niet bruikbaar om stadsdeelverschillen in beeld te brengen. Meer over hoe Nijmegenaren denken over lokale politiek en bestuur vindt u onder het thema Bestuur en Organisatie (oordeel over het stadsbestuur).

Scherpe daling van acceptatie van lhbtiq+personen onder jongeren

In 2025 werd de eerste editie opgeleverd van de gemeentelijke lhbtiq+ monitor. Dit vragenlijstonderzoek wordt iedere drie jaar herhaald, om de positie van lhbtiq+ inwoners te volgen. In 2022 voerde Vizier en de Radboud Universiteit vragenlijstonderzoek uit onder deze doelgroep. Daarom is al iets te zeggen over ontwikkelingen in de afgelopen jaren.

Het welzijn van lhbtiq+ Nijmegenaren ligt op verschillende punten lager dan gemiddeld in Nijmegen. Lhbtiq+ Nijmegenaren geven een lager cijfer aan hun levensgeluk en rapporteren vaker discriminatie. Ook geven ze vaker aan dat ze onvoldoende contacten hebben of dat ze meer contacten zouden willen hebben.


Figuur: Rapportcijfer voor levensgeluk
Bron: Nijmeegse lhbtiq+ Monitor 2024


Figuur: Tevredenheid over hoeveelheid contacten en gerapporteerde discriminatie
Bron: Nijmeegse lhbtiq+ Monitor 2024

Binnen de groep van lhbtiq+ inwoners, onderscheiden biseksuele Nijmegenaren en niet-cisgender personen (genderidentiteit komt niet overeen met geboortegeslacht) zich meermaals ongunstig. Zij geven onder meer een lager cijfer aan hun levensgeluk; biseksuele Nijmegenaren geven daarvoor een 7,1, niet-cisgender inwoners een 6,9. Nog een aandachtsgroep zijn biculturele lhbtiq+ inwoners. Zij geven veel vaker aan dat ze te maken hebben met discriminatie; 82%, tegen 69% van lhbtiq+ Nijmegenaren en 20% van alle Nijmegenaren.

Lhbtiq+ inwoners zijn overwegend negatief over hoe de acceptatie van lhbtiq+ personen zich ontwikkelt. Met name over de acceptatie van genderdiversiteit is men pessimistisch. Dat is te zien in onderstaande figuur. In 2022 was men nog overwegend positief over hoe de acceptatie van lhbtiq+ personen zich ontwikkelde.


Figuur: Hoe vinden lhbtiq+ inwoners dat de acceptatie zich ontwikkelt van...
Bron: Nijmeegse lhbtiq+ Monitor 2024

Verschillende bronnen weerspiegelen de afgenomen ervaren acceptatie van seksuele- en genderdiversiteit. Na jarenlange toenemende acceptatie van homoseksualiteit onder middelbare scholieren, was tussen 2019 en 2023 sprake van een scherpe afname. De acceptatie van homoseksualiteit lag hiermee in 2023 op het niveau van dat van 2007. Dit speelde zowel landelijk als in Nijmegen. Deze ontwikkeling is het sterkst onder jongens en scholieren op het vmbo, maar is zichtbaar bij alle groepen die worden onderscheiden.
De gezondheidsmonitor volwassenen van de GGD laat zien dat ook volwassenen tussen 2020 en 2024 vaker negatief oordelen over stellen van hetzelfde geslacht. Bij volwassenen gaat het om een kleine afname.


Figuur: Aandeel middelbare scholieren dat het normaal vindt dat twee mannen of vrouwen verliefd zijn - 2007 t/m 2023
Bron: Gezondheidsmonitor Jeugd GGD

Het volledige rapport leest u hier: Nijmeegse LHBTIQ+ monitor 2024

Deze pagina is gebouwd op 06/02/2026 09:05:28 met de export van 06/02/2026 08:50:15