Thema's

Welzijn en Zorg

Jeugd; welzijn en jeugdhulp

Gezondheid

Dit onderdeel gaat over de gezondheid en het welzijn van kinderen en jongeren in Nijmegen. Aan bod komen zowel positieve ontwikkelingen als aandachtspunten op het gebied van onder andere ervaren gezondheid, psychisch welbevinden, leefstijl en schoolbeleving. De cijfers zijn gebaseerd op de Gezondheidsmonitor Jeugd- en de Kindermonitor van de GGD. In de loop van 2026 zijn de nieuwste cijfers beschikbaar voor de Kindermonitor (0-12 jaar) en in 2028 volgen nieuwe cijfers voor middelbare scholieren (13-16 jaar).  

Gezondheid en welzijn van middelbare scholieren (13-16 jaar)
De Gezondheidsmonitor Jeugd van de GGD laat zien dat de coronapandemie in 2021 een duidelijke impact had op het welzijn van middelbare scholieren (klas 2 en 4 van het voortgezet onderwijs). In 2023 is op meerdere punten herstel zichtbaar, al zijn niet alle ontwikkelingen positief.

Jongeren voelen zich in 2023 over het algemeen weer beter dan in 2021. Zo geeft 82% aan zich gezond te voelen (2019: 85%, 2021: 78%) en voelt 79% zich meestal gelukkig (2019: 84%, 2021: 76%). Ook het aandeel jongeren met matige of ernstige psychische klachten is gedaald van 13% in 2021 naar 9% in 2023. Het aandeel jongeren dat zich vaak of altijd eenzaam voelt, is licht afgenomen van 13% naar 11%.

Daarnaast bewegen jongeren vaker. Zo sport 79% wekelijks bij een vereniging of sportschool (2019: 76%, 2021: 74%) en beweegt 75% wekelijks buiten verenigingen om (2019: 66%, 2021: 68%). Het aandeel jongeren dat niet wekelijks beweegt is gedaald naar 10% (2019 en 2021: 13%).

Tegelijkertijd zijn er ook minder gunstige ontwikkelingen. Het gebruik van e-sigaretten (vapen) is sterk toegenomen, van 2% in 2019 naar 7% in 2023. Roken, cannabisgebruik en alcoholgebruik zijn in deze periode relatief stabiel gebleven. Ook ontbijt een kleinere groep jongeren dagelijks (56% in 2023, tegenover 67% in 2019).

Verder ervaren meer jongeren stress en prestatiedruk: 53% voelt zich vaak gestrest (2019: 44%) en 38% ervaart regelmatig of vaak prestatiedruk. De beleving van school is verslechterd: 44% vindt school (hartstikke) leuk (2019: 64%), terwijl 15% school niet leuk of zelfs vreselijk vindt (2019: 9%). Tot slot is het risico op problematisch gebruik van sociale media toegenomen van 7% in 2019 naar 11% in 2021 en 2023.

Gezondheid en welzijn kinderen (0-12 jaar)
De Kindermonitor van de GGD (2021) geeft inzicht in de gezondheid van kinderen van 0 tot 12 jaar, op basis van antwoorden van ouders. Hierbij moet worden meegenomen dat ouders met meer (opvoedings)problemen mogelijk minder vaak deelnemen aan het onderzoek. Over het algemeen beoordelen ouders de gezondheid van hun kind positief: 97% vindt de gezondheid van hun kind goed en 96% geeft aan dat hun kind meestal blij is.

Tegelijkertijd zijn er aandachtspunten. Ongeveer 9% van de kinderen heeft een verhoogd risico op psychosociale problemen en nog eens 10 tot 11% zit in het grensgebied; de overige 81% heeft geen verhoogd risico. Het percentage is na een dalende trend weer iets gestegen (7% in 2019). De score is op basis van ingevulde vragen van ouders op de SDQ over ‘Sterke kanten en moeilijkheden’.

Bij 12% van de gezinnen lijkt sprake van opvoedingsproblematiek die mogelijk ondersteuning vraagt. Dit percentage is berekend op basis van de opvoedingsbelasting vragenlijst van Praktikon. Bij jonge kinderen (0–4 jaar) gaan zorgen vooral over eten en slapen, terwijl het bij oudere kinderen (4–12 jaar) vaker gaat over (faal)angst, sociale media en gamen. Het beeldschermgebruik en het ziekteverzuim op school is sinds de coronajaren toegenomen.

Daarnaast beweegt een deel van de kinderen weinig: bijna 11% is matig actief of inactief. Ook valt op dat ouders overgewicht minder vaak herkennen dan professionals. Volgens de Jeugdgezondheidszorg heeft 13% van de 4- tot 12-jarigen overgewicht, terwijl ouders dit bij 6% van de kinderen aangeven.

Op langere termijn zijn er ook positieve ontwikkelingen. Zo is alcoholgebruik tijdens de zwangerschap sterk afgenomen (11% in 2009, 1% in 2021) en wordt er minder gerookt in het bijzijn van kinderen (13% in 2009, 2% in 2021). Ook eten meer kinderen dagelijks groente (59% in 2021) en drinken zij minder suikerhoudende dranken (5% in 2021 t.o.v. 11% in 2017). Daarnaast ervaren ouders de buurt steeds vaker als kindvriendelijk (87% in 2021). In de loop van 2026 worden nieuwe cijfers uit de Kindermonitor verwacht.

Jeugdhulp

Dit onderdeel gaat over het gebruik van jeugdhulp; het aantal cliënten en zorgsoorten, ontwikkeling daarin, kenmerken van de cliëntgroep(en) en oordeel over de hulp. Voor de jeugdhulpcijfers is gekeken naar gedeclareerde zorg.

Cliëntaantallen, ontwikkeling en zorgsoorten
In 2025 kregen iets meer dan 3.950 jongeren in Nijmegen jeugdhulp via een maatwerkvoorziening. Dat is 13,3% van alle inwoners tot 18 jaar. Bij deze groep zijn ook jongeren van 18 tot 23 jaar meegerekend die verlengde jeugdzorg ontvangen. Wanneer alleen jongeren onder de 18 jaar worden meegeteld, ligt het percentage op 12,8%.

Sinds 2018 nam het aantal jongeren met jeugdhulp jaarlijks toe. In 2023 was er voor het eerst een lichte daling ten opzichte van het jaar daarvoor. Die daling zette in 2024 door: er maakten ongeveer 150 jongeren minder gebruik van jeugdhulp dan in 2023. In 2025 zien we voor het totaal ook weer een daling van ongeveer 100 jongeren. Hierdoor is het aantal jongeren in jeugdhulp via een maatwerkvoorziening met 6% gedaald sinds 2023. Tegelijkertijd bleef het aantal jongeren dat in Nijmegen woont stabiel.

Jeugdhulp is er in twee vormen: hulp zonder verblijf (zoals ambulante begeleiding of behandeling) en hulp met verblijf (zoals in een behandelgroep, pleeggezin of gezinshuis). In 2025 kregen bijna 400 jongeren hulp met verblijf. Vaak combineren zij dit met hulp zonder verblijf (3.840 cliënten). Bij de jeugdhulp zonder verblijf zijn er twee belangrijke vormen:

  • Jeugd-GGZ: in 2025 kregen 2.350 jongeren psychische hulp via de jeugd-GGZ. Daarmee is het aantal weer vergelijkbaar met het jaar 2023. In 2024 ging het om 2.380 jongeren.
  • Ambulante jeugdhulp (zoals hulp bij opvoeden en begeleiding): hiervan maakten in 2025 1.835 jongeren gebruik. In 2023 waren dat er nog 2.160, dus hier is er sprake van een daling. Jongeren kunnen ook binnen ambulante jeugdhulp meerdere soorten zorg tegelijk krijgen.

Figuur: Unieke cliënten jeugdhulp zonder verblijf, met verblijf en totaal: 2022 - 2025
Bron: Registratie gemeente Nijmegen, op basis van gedeclareerde zorg en beleidsdefinitie jeugdhulp met (excl. logeren) en zonder verblijf (incl. logeren)

De daling van de afgelopen jaren hangt waarschijnlijk samen met de start van de buurtteams jeugd en gezin in juli 2021. Vanaf eind 2023 is deze daling duidelijk zichtbaar geworden en deze trend zette zich verder voort in de jaren 2024 en 2025. De buurtteams bieden indicatievrije begeleiding (basishulp) aan jongeren en ouders. De cijfers van de buurtteams laten zien dat er in 2025 maandelijks ongeveer 950 jongeren basishulp krijgen. Op jaarbasis gaat het om bijna 1.900 kinderen van 17 jaar en jonger. Voor een deel van deze jongeren is daarnaast ook een maatwerkvoorziening nodig. Het totaal aandeel jongeren dat gebruik maakt van jeugdhulp (basishulp en/of maatwerkvoorziening) ligt daarmee hoger dan 13,3%.

Kenmerken cliënten
Onderstaand overzicht toont de verdeling van jeugdhulpcliënten in 2025 naar geslacht en leeftijd. In totaal zijn iets meer jongens dan meisjes in beeld: 54% van de cliënten is jongen. Dit verschil komt vooral door de jongere leeftijdsgroep. Onder de kinderen jonger dan 12 jaar is 59% een jongen en 41% een meisje. Bij de 12- tot 17-jarigen zijn juist de meisjes in een lichte meerderheid: 52% meisje tegenover 48% jongen. Daarnaast is 3% van de cliënten ouder dan 18 jaar. Deze jongeren ontvangen zogenoemde verlengde jeugdzorg, bijvoorbeeld jeugdhulp die wordt ingezet naast jeugdreclassering of omdat de benodigde hulp (nog) niet via een andere wet geregeld kan worden.


Figuur: Geslacht en leeftijd cliënten jeugdhulp (2025)
Bron: Registratie gemeente Nijmegen, o.b.v. gedeclareerde zorg

Spreiding over de stad
De onderstaande figuur laat zien hoe jeugdhulpcliënten in 2025 verspreid zijn over de gebieden waar de buurtteams jeugd en gezin actief zijn. Lindenholt (420 cliënten) en Nijmegen-Zuid (560 cliënten) hebben relatief het hoogste aandeel jongeren met jeugdhulp: respectievelijk 16,1% en 15,8% van de jongeren in die gebieden maakt gebruik van jeugdhulp. Daarna volgen Nijmegen-Nieuw-West, Nijmegen-Oud-West en Dukenburg met respectievelijk 14,7%, 14,3% en 14,3% (400, 320 en 580 jongeren). Hoewel in Nijmegen-Noord het aandeel kinderen dat gebruikt maakt van jeugdhulp relatief laag is (11%) gaat het in absolute aantallen om het grootste aantal cliënten (810); bovendien zal het aantal kinderen en jongeren in Noord de komende jaren nog verder toenemen. In Nijmegen-Midden is dit 12% en in Centrum & Oost 13%.

Figuur: Cliënten jeugdhulp per buurtteamgebied; absoluut en als aandeel van inwoneraantal < 18 jaar 2025
Bron: Registratie gemeente Nijmegen, o.b.v. gedeclareerde zorg

De onderstaande kaart geeft een gedetailleerd beeld van de spreiding van jeugdhulpcliënten op wijkniveau. Het hoogste aandeel jongeren met jeugdhulp is te vinden in Benedenstad (23%), Stadscentrum (19%) en in Hatert (19%). In de eerste twee wijken wonen relatief gezien weinig jongeren en is er sprake van verblijflocaties. De laagste percentages worden gezien in de wijken Ressen en Heijendaal waar het aandeel jongeren met jeugdhulp op 10% ligt. Ook in de wijken Hazenkamp en Groenewoud gaat het afgerond om 10% van de jongeren.


Figuur: Aandeel jeugdhulpcliënten per wijk (2025)
Bron: Registratie gemeente Nijmegen, o.b.v. gedeclareerde data

Verwijzers en aanbieders
De onderstaande figuur laat zien wie in 2025 het vaakst verwijzen naar jeugdhulp. De huisarts is de meest voorkomende verwijzer: 48% van alle cliënten kreeg via de huisarts een verwijzing (in 2024 was dat nog 51% en in 2023 54%). De gemeentelijke verwijzer – waaronder het buurtteam jeugd en gezin, het Regieteam en het Veiligheidshuis vallen – verwijzen bijna even veel (47%). De afgelopen jaren is dit percentage toegenomen en inmiddels vergelijkbaar met het aandeel verwijzingen vanuit de huisarts. Daarnaast kwam 9% van de verwijzingen vanuit een medisch specialist en 8% uit het justitiële kader, zoals via de rechter, Raad voor de Kinderbescherming of de officier van justitie. 6% van de verwijzingen kwam vanuit een Gecertificeerde Instelling. Cliënten kunnen meerdere verwijzingen in een jaar hebben, afkomstig van verschillende verwijzers. Hierdoor tellen de percentages op tot boven de 100%.

Bij de jeugd-GGZ is de huisarts verreweg de belangrijkste verwijzer in 2025: 75% van de jongeren wordt via de huisarts doorverwezen. In 2019 ging het nog om 90% van de cliënten. Bij begeleiding speelt juist de gemeente de grootste rol als verwijzer, met 69% van de verwijzingen in 2025. Bij jeugdhulp met verblijf (zoals in een behandelgroep, gezinshuis of pleeggezin) zijn zowel de gemeente (56%) als gecertificeerde instellingen (41%) vaak de verwijzers. De rol van de gemeente als verwijzer neemt de afgelopen paar jaar toe.

In 2025 leverden ruim 300 aanbieders jeugdhulp in Nijmegen. Een klein aantal aanbieders is verantwoordelijk voor het grootste deel van de hulp: de vijf grootste aanbieders bedienen samen 43% van alle cliënten en de vijftien grootste aanbieders bedienen samen 87% van de cliënten. Tegelijkertijd is er een grote groep van ongeveer 220 aanbieders die aan 10 cliënten of minder jeugdhulp leveren. In het overgrote deel van deze aanbieders gaat het hier om aanbieders die op cliëntniveau een contract hebben vanwege een specifieke zorgvraag. Deze contracten worden ook wel maatwerkovereenkomsten genoemd.

Oordeel over jeugdhulp

Uit het cliëntervaringsonderzoek jeugdhulp blijkt het volgende:

  • Het rapportcijfer dat ouders van cliënten tot 15 jaar geven voor het regelen van de jeugdhulp is stabiel: 7,4 in 2023 en 2024 en in 2025 een 7,5.
  • Het rapportcijfer dat cliënten vanaf 15 jaar geven voor het regelen van de jeugdhulp kende ten opzichte van 2023 en 2024 een daling naar een 6,9. De verschillen zijn echter niet dusdanig groot dat het een significant verschil is.
  • Het rapportcijfer dat ouders van cliënten tot 15 jaar geven voor de kwaliteit van de jeugdhulp laten vanaf 2023 een stabiel beeld zien. In 2025 gaven ouder de kwaliteit van de ondersteuning gemiddeld een 7,8. 80% van de ouders geeft aan dat hun kind zich door de hulp beter voelt.
  • Het rapportcijfer dat cliënten vanaf 15 jaar geven voor de kwaliteit van de jeugdhulp is in 2025 een 7,5. Een stijging ten opzichte van de 7,1 in 2022 (niet significant). Het percentage jongeren dat zich beter voelt door de hulp die zij krijgen is 66% (in 2023 84% en in 2024 62%). Het aantal jongeren dat de vragenlijst invult is niet groot, waardoor aantallen en percentages sneller fluctueren.


Figuur: Rapportcijfer voor regelen jeugdhulp. Bron: Gemeentelijk cliëntervaringsonderzoek.


Figuur: Rapportcijfer voor kwaliteit jeugdhulp. Bron: Gemeentelijk cliëntervaringsonderzoek.

Vooruitkijken

Het aantal cliënten en de kosten van jeugdhulp via een maatwerkvoorziening laten in Nijmegen al jaren een wisselend beeld zien. Dit zorgde in het verleden regelmatig voor financiële tekorten. Om hier beter op te kunnen sturen, is er in 2022 voor het eerst een prognosemodel ambulante jeugdhulp ontwikkeld door team Onderzoek & Statistiek. Dit model voorspelt hoeveel jongeren er in de komende vijf jaar gebruik zullen maken van jeugdhulp zonder verblijf via een maatwerkvoorziening. Met dit inzicht kan de gemeente Nijmegen zich beter voorbereiden op de toekomst.

Het model wordt elk jaar opnieuw getest en aangepast als dat tot een betere voorspelling leidt. Waar eerdere versies nog uitgingen van groei, laat het meest recente model (voor 2025-2030) voor het eerst een daling zien in het aantal jongeren dat gebruikmaakt van jeugdzorg zonder verblijf via een maatwerkvoorziening. Deze daling komt niet uit de lucht vallen. De afgelopen jaren zijn er belangrijke beleidsmaatregelen genomen, zoals de introductie van buurtteams, werken met budgetplafonds/bestedingsruimte, het versterken van pedagogische basisvoorzieningen, meer gewone oplossingen en meer samenwerking rondom gezin en het verstevigen van gezinsvormen. Het huidige model, dat is getraind op data van 2019 tot en met 2024 (waarin deze interventies actief waren of werden), laat zien dat de interventies werken: de eerder voorspelde groei is omgebogen naar een daling.

Deze pagina is gebouwd op 06/02/2026 09:05:28 met de export van 06/02/2026 08:50:15